Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink schrijft dat in antwoorden aan Gidi Markuszower, Kamerlid voor Groep Markuszower. Die vroeg of Nederland een systeem van overgangslocaties met een zoekplicht en tijdslimiet zou kunnen invoeren, naar een voorbeeld uit Duitsland.
Volgens de minister zou zo’n zoekplicht alleen kunnen gaan over de inspanning om woonruimte te vinden. Van statushouders kan worden verlangd dat zij aantoonbaar reageren op passende woningen. Dat zij binnen een vaste termijn werkelijk een woning vinden, kan gezien de schaarste niet van hen worden verlangd, schrijft hij.
Van den Brink meldt dat Nederland geen landelijke zoekplicht of tijdslimiet voor deze huisvesting heeft. Hij kondigt in de antwoorden ook geen invoeringsdatum daarvoor aan.
Tijdelijke woonplek vraagt om een vervolg
Doorstroomlocaties bestaan al: tijdelijke woonplekken voor statushouders buiten het asielzoekerscentrum. Zij kunnen volgens de minister helpen om mensen sneller uit de asielopvang te laten vertrekken. Het effect hangt wel af van de beschikbaarheid van een passende woning na die tussenstap.
In de beantwoording beschrijft Van den Brink dat het Rijk, gemeenten, provincies en woningcorporaties toewerken naar bestuurlijke afspraken over aanvullende huisvesting in het najaar van 2026. Die afspraken moeten gaan over snel te realiseren woonvormen voor statushouders en andere lokale doelgroepen.
De druk op de opvang is ondertussen concreet. Het Bericht berichtte eerder dat gebrek aan alternatieve opvangplekken afspraken over de sluiting van COA-locaties doorkruist. Dat betreft andere opvanglocaties dan de gemeentelijke doorstroomlocaties.
Extra tijdelijke woonruimte kan volgens Van den Brink de uitstroom uit azc’s bevorderen en iets betekenen voor de beschikbaarheid van reguliere sociale huurwoningen. Hij benadrukt tegelijk dat de huidige schaarste in de sociale huurvoorraad met alleen deze maatregel niet is opgelost.



