Een sluitingsafspraak voor een opvanglocatie kan onder druk komen te staan als er nergens anders voldoende plekken zijn. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) probeert locaties tijdig te sluiten of in overleg te verlengen. Als dat niet lukt en mensen anders op straat komen te staan, kunnen locaties noodgedwongen langer openblijven.
Dat schrijft minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink in zijn op 5 oktober ontvangen antwoorden aan JA21-Kamerlid Simon Ceulemans. Hij noemt Balk en Uithuizen als voorbeelden. Op 20 en 26 augustus is aangekondigd dat die locaties langer openblijven dan eerder afgesproken, omdat onvoldoende alternatieve opvang beschikbaar is.
In dezelfde beantwoording meldt Van den Brink dat de opvanglocaties in Epe en Harderwijk nog in gebruik zijn vanwege de hoge druk op de opvang. Hardenberg is op 17 juli gesloten. De antwoorden beschrijven daarmee verschillende uitkomsten voor locaties waarvan Ceulemans naar de sluiting vroeg.
Voor gemeenten betekent dit dat een overeengekomen einddatum niet altijd wordt gehaald. Voor bewoners van de opvang is tegelijk een andere plek nodig voordat een locatie kan sluiten. Van den Brink noemt het niet nakomen van afspraken onwenselijk en schrijft dat het COA ernaar streeft ze wel na te komen. Volgens hem lukt het in de meeste gevallen om nieuwe locaties te openen of bestaande locaties te verlengen.
Geen telling van verwachte verlengingen
Ceulemans vraagt hoeveel locaties naar verwachting ondanks hun einddatum voorlopig geheel of gedeeltelijk openblijven. De minister geeft geen aantal. Hij verwijst naar zijn algemene uitleg over het opvangtekort en het verlengen van locaties.
Ook voegt Van den Brink niet het gevraagde volledige overzicht toe van contracten, bestuursovereenkomsten en vergunningen die tot 1 februari 2027 aflopen. Hij verwijst naar het locatieoverzicht van het COA, waar per locatie informatie over de bestuursovereenkomst te vinden is. Gemeenten bepalen zelf of zij informatie over omgevingsvergunningen beschikbaar stellen.
De minister maakt daarbij onderscheid tussen COA-opvang en doorstroomlocaties voor statushouders. Die laatste vallen rechtstreeks onder gemeenten. Het besluit om zo'n locatie te sluiten of te verlengen ligt daarom bij de gemeente.



