Asielzoekers in Ter Apel worden voor een overnachting per bus naar noodopvang gebracht en de volgende ochtend weer teruggebracht. Tegelijk vallen mogelijke opvanglocaties op rijksgrond af, waarbij ook lokaal draagvlak meetelt. Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink bevestigt dat, maar zegt niet bij hoeveel locaties gebrek aan steun een rol speelde.

Robert van Asten (D66) vroeg juist om die aantallen en de argumenten om locaties af te wijzen. Het antwoord beschrijft de criteria, maar geeft geen telling. Daardoor is niet te controleren hoeveel ruimte voor opvang verloren gaat door lokale bezwaren en hoeveel locaties om andere redenen ongeschikt zijn.

Lokale steun telt mee, aantallen ontbreken

De zoektocht loopt sinds mei. Opvangorganisatie COA, Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf en het ministerie van Justitie en Veiligheid bekijken kazernes, oefenterreinen en andere gebouwen en grond van de overheid. Zij letten onder meer op veiligheid, voorzieningen, bereikbaarheid en de ruimte die Defensie zelf nodig heeft.

Ook de uitvoerbaarheid en lokale omstandigheden, waaronder draagvlak, wegen mee. Op grond van dat geheel aan criteria zijn volgens Van den Brink veel locaties afgevallen. Hij maakt niet duidelijk welke bezwaren daarbij doorslaggevend waren.

Een overzicht van afzonderlijke locaties wil de minister niet geven, onder meer omdat een deel van de informatie over de militaire inzet gaat. Daarnaast worden andere rijkslocaties nog onderzocht. Ook daarvan noemt hij geen aantal. Defensie praat mee over opvang, maar heeft geen formeel verzoek om militaire steun gekregen.

Het tekort is geen nieuwe waarschuwing

Het COA zit volgens de minister al geruime tijd op 102 procent bezetting. Niet iedereen met recht op opvang kan daardoor een plek krijgen. Hij verbindt die overbezetting zelf aan problemen met de veiligheid en leefbaarheid op opvanglocaties.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de regering deze knelpunten al eerder deze maand beschreef. Op 2 oktober meldde Van den Brink dezelfde bezetting van 102 procent. De zoektocht op rijksgrond had toen nog geen nieuwe opvangcapaciteit opgeleverd. In zijn nieuwe antwoord noemt hij geen locatie die inmiddels is geopend of een datum waarop dat gaat gebeuren.

Ook de waarschuwing voor een tekort van 3.600 plekken begin januari 2027 en 7.600 in april is niet nieuw: die stond al in de brief aan gemeenten die hij op 12 oktober verstuurde. Het zijn ramingen voor het geval verdere actie uitblijft. In die brief was al rekening gehouden met verlenging van veel bestaande locaties.

Bewoners wachten op besluiten van overheden

Voor iemand die 's avonds in een bus naar een andere slaapplaats stapt, is opvang geen keuze die hij zelf kan regelen. Die persoon is afhankelijk van besluiten van het Rijk, gemeenten en het COA. Van den Brink erkent dat mensen met recht op opvang niet allemaal een plek krijgen, terwijl een deel van de zoektocht naar ruimte bij lokale bezwaren vastloopt.

Het kabinet probeert bestaande opvang langer open te houden, nieuwe locaties te openen en statushouders sneller naar huisvesting in gemeenten te laten verhuizen. Dat zijn mensen die al een verblijfsvergunning hebben. Het kabinet wil voor de langere termijn gespreide opvang via de Spreidingswet. Tijdelijke noodopvang op rijksgrond blijft volgens de minister intussen noodzakelijk.

Het gebrek aan vaste plaatsen raakt ook mensen die al in de opvang zitten. Eerder schreef Het Bericht hoe conflicten over het langer openhouden van tijdelijke opvang nieuwe opvangplannen kunnen vertragen en hoe kinderen in noodopvang nog geen verhuisdatum naar een geschikte plek krijgen. De nieuwe antwoorden bieden geen planning waarmee valt te volgen wanneer rijksgrond die druk gaat verlichten.