Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan maakt dat onderscheid in antwoorden aan Tom Russcher, Kamerlid voor FVD. Hij vroeg naar de verkoopgolf van huurwoningen en naar de gevolgen van de huurwet, die op 1 juli 2024 inging.

Volgens de analyse van het ministerie zijn sindsdien per saldo ongeveer 76.300 woningen aan de private huursector onttrokken. Dat getal laat woningen die er door nieuwbouw, verbouwing van andere gebouwen tot woningen en andere toevoegingen bijkomen nog buiten beschouwing. Worden die wel meegerekend, dan resteert een afname van ongeveer 21.400 private huurwoningen.

Ook het beeld van een steeds snellere verkoopgolf nuanceert de minister. In het tweede kwartaal van 2026 verkochten private verhuurders volgens haar analyse ongeveer 9.900 huurwoningen aan kopers die er zelf gaan wonen. In hetzelfde kwartaal van 2025 waren dat er circa 10.000. Voor die twee kwartalen is de omvang dus nagenoeg gelijk.

Druk op de middenhuur blijft

Boekholt-O’Sullivan erkent dat de verkoop van huurwoningen het aanbod in het middensegment onder druk zet. Zij schrijft de ontwikkeling toe aan een combinatie van huurbeleid, fiscale maatregelen en economische omstandigheden, zoals hogere rente en verkoopprijzen. De afname kan daarmee niet zonder meer volledig op het conto van één wet worden geschreven.

De Wet betaalbare huur moet huurders beschermen tegen een prijs die te hoog is voor de kwaliteit van de woning. Een deel van de woningen dat volgens het puntenstelsel in het middensegment hoort, werd daarvoor tegen veel hogere vrijesectorprijzen verhuurd, schrijft de minister. Volgens haar betekent verkoop van zo’n woning niet automatisch dat een betaalbare huurwoning verdwijnt.

Een deel van de verkochte woningen komt bovendien terecht bij mensen met een middeninkomen, die daarmee een koopwoning vinden. Tegelijk noemt de minister de verkoop van betaalbare huurwoningen contraproductief wanneer de voorraad juist moet groeien.

Geen volledig beeld van het aanbod

Hoeveel middenhuurwoningen nu landelijk worden aangeboden, weet het kabinet niet. Woningplatforms dekken niet de hele markt: nieuwbouwprojecten en woningcorporaties bieden woningen ook via andere kanalen aan. De berekening over de totale private huurvoorraad geeft dus geen volledig beeld van wat een woningzoekende op dit moment kan huren.

Het ontbrekende overzicht staat naast een andere lacune: het Rijk heeft ook geen landelijke cijfers over gemeentelijke controles en huurverlagingen bij de uitvoering van de huurwet.

Het kabinet kondigt aan de Wet betaalbare huur per 1 januari 2027 aan te passen om knelpunten voor verhuurders weg te nemen. De effecten daarvan moeten nog blijken. De formele evaluatie, die ook naar het huuraanbod kijkt, moet uiterlijk 1 juli 2027 naar de Kamer. De minister wil niet vooruitlopen op de uitkomsten met een besluit om de wet in te trekken.