Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan schrijft dat in antwoorden aan Femke Marije Wiersma, Kamerlid voor BBB. Wiersma vroeg hoeveel meldingen, controles, waarschuwingen en boetes gemeenten hebben geregistreerd, en hoe vaak hun optreden daadwerkelijk een lagere huurprijs opleverde.
Het Rijk heeft die gegevens per gemeente niet. Gemeenten organiseren en registreren hun toezicht op verschillende manieren, aldus de minister. De cijfers worden niet landelijk bijgehouden.
Sinds 1 januari 2025 kunnen gemeenten optreden tegen overtredingen van de maximale huurprijzen voor woningen in het gereguleerde segment. Die maxima hangen samen met de kwaliteit van de woning, uitgedrukt in punten. Met de Wet betaalbare huur moet de bescherming tegen te hoge huren minder afhankelijk worden van een huurder die zelf een procedure begint.
Miljoenen voor uitvoering
Voor de invoering van de wet kregen gemeenten samen ongeveer 5,5 miljoen euro. In de eerste jaren is daarnaast 30,8 miljoen euro aan tijdelijk uitvoeringsgeld beschikbaar gesteld, bovenop een structureel bedrag van 6,5 miljoen euro per jaar. Het extra geld was bedoeld voor een verwachte piek in meldingen.
Over de daadwerkelijke besteding van die uitvoeringsmiddelen heeft het Rijk geen gegevens, schrijft Boekholt-O’Sullivan. Zij verwijst wel naar een financiële evaluatie uit 2025, waaruit volgens het kabinet bleek dat de middelen voorlopig toereikend zijn.
Dat onderzoek, uitgevoerd door Sira Consulting, ging over de verwachte structurele uitvoeringskosten van drie huurwetten. Het was uitdrukkelijk geen verantwoording van gemaakte kosten. Er werden zestien gemeenten bevraagd. Die hadden nog weinig ervaring met de Wet betaalbare huur. Daardoor konden de onderzoekers nog geen nieuwe conclusies trekken over het aantal meldingen en de benodigde werktijd voor deze specifieke wet.
Evaluatie volgt in 2027
De minister deelt niet de opvatting dat de wet huurders onvoldoende beschermt. Volgens haar zijn vooral grote steden en studentensteden voortvarend begonnen met toezicht en handhaving. Andere gemeenten doen nog ervaring op met hun nieuwe taken. Een gesprek of waarschuwing kan een verhuurder volgens haar ook tot een lagere huur bewegen; een boete is daarvoor niet altijd nodig.
Huurders in het gereguleerde segment kunnen daarnaast bij de Huurcommissie terecht om hun huurprijs te laten toetsen. De gemeente is daarmee niet de enige route om tegen een te hoge huur op te komen.
Bij de evaluatie van de Wet betaalbare huur in 2027 wil de minister de gemeentelijke gegevens alsnog opvragen en analyseren. Dan moet duidelijker worden hoe effectief het toezicht is en of versterking nodig is.



