Bij de verkoop van 23 sociale ouderenwoningen van zorgorganisatie Warande speelde volgens het kabinet mee dat voor afzonderlijke verkoop een gemeentelijke vergunning nodig was. Maar de gemeente Zeist schreef over hetzelfde complex dat zo’n toestemming niet nodig is. Minister Sophie Hermans verdedigt de verkoop toch als marktconform.
Warande verkocht het woonhof Valckenhof in 2025 voor 3,8 miljoen euro aan particuliere beleggers. Enkele woningen zijn daarna afzonderlijk voor hogere prijzen verkocht. De toezichthouder onderzoekt nu zijn eigen besluitvorming. Hermans ziet geen aanleiding om te vragen de uitkomsten met de Tweede Kamer te delen.
Een vergunning die volgens de gemeente niet nodig is
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de nieuwe kabinetsuitleg niet aansluit op de eerdere gemeentelijke antwoorden over de verkoop. Wij vergeleken de antwoorden van Hermans met het Zeister raadsdossier en de regels waarop de prijsbeoordeling steunde.
De minister schrijft dat het College sanering zorginstellingen (CSZ) rekening hield met een benodigde splitsingsvergunning. De kans op verkoop van losse woningen werd als zeer onwaarschijnlijk ingeschat. Die inschatting berustte volgens het antwoord op navraag bij de taxateur en de uitleg die het CSZ aan de regionale huisvestingsverordening gaf.
De gemeente maakt juist onderscheid tussen het opdelen van een gebouw in afzonderlijke appartementen en het verdelen van de grond onder bestaande woningen. Valckenhof bestaat al uit 23 zelfstandige woningen op één perceel. Om die woningen los te verkopen moet het perceel worden verdeeld, schrijft de gemeente. Dat is volgens haar een notariële handeling waarvoor geen gemeentelijke toestemming nodig is.
In het openbare raadsdebat van 20 januari 2026 werd dat nogmaals uitgelegd: het zijn al 23 woningen en het blijven 23 woningen. Ook de vergunningbepaling in de verordening waarnaar het kabinet verwijst, gaat over het splitsen van een gebouw in appartementsrechten. Dat is een andere handeling dan alleen de grond onder bestaande huizen verdelen.
Dit verschil raakt de kern van de waardering. Als losse verkoop weinig kans maakt, ziet een koper minder mogelijkheden om geld aan het complex te verdienen. Hermans erkent dat uitgebreider onderzoek naar de kans op een vergunning wellicht een hogere verkoopprijs had opgeleverd. Op de eerdere gemeentelijke uitleg dat voor deze perceelsplitsing geen toestemming nodig was, gaat haar antwoord niet in.
3,8 miljoen betaald, 3,9 miljoen getaxeerd
Het vastgoed was in twee varianten getaxeerd: blijven verhuren en de woningen na vrijkomen afzonderlijk verkopen. Voor die tweede variant noemt het kabinet een waarde van 3,9 miljoen euro. De uiteindelijke prijs lag daar 100.000 euro onder. Volgens de minister gingen de woningen naar de hoogste bieder en was de prijs destijds marktconform.
De latere hogere opbrengst van enkele woningen is geen opbrengst voor alle 23 woningen. De meeste zijn volgens Hermans nog verhuurd. Het kabinet bestrijdt dat miljoenen aan zorggeld zijn weggelekt. Hoe de ingeschatte vergunningkans zich verhoudt tot de eerdere gemeentelijke uitleg, blijft in het antwoord onbesproken.
Evaluatie zonder toezegging aan de Kamer
Sandra Beckerman (SP) wil weten hoe de verkoop is goedgekeurd en vraagt om een evaluatie aan de Kamer. Het CSZ evalueert zijn besluitvorming en dossiervorming inmiddels zelf, mede naar aanleiding van de berichtgeving. Hermans ziet geen aanleiding om te vragen de uitkomsten met de Kamer te delen. Het gaat volgens haar om een individuele transactie.
De Kamer krijgt zo geen toezegging dat zij de beoordeling van deze verkoop achteraf kan controleren. De vraag is groter dan de winst van een koper: een zorginstelling moet bij verkoop een goede opbrengst voor de zorg kunnen behalen, en oudere huurders hebben belang bij het voortbestaan van hun betaalbare woongemeenschap.
De bestaande huurcontracten gaan bij verkoop mee naar de nieuwe eigenaar. Dat beschermt de huidige huurders, maar houdt niet tegen dat een woning na hun vertrek aan een eigenaar-bewoner wordt verkocht. Voor woningzoekenden telt ook hoeveel sociale huur er na sloop en verkoop overblijft, zoals Het Bericht eerder beschreef bij de landelijke bouwafspraken voor corporaties.


