Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk schrijft dat in antwoorden aan Tamara ten Hove en René Claassen, beiden Kamerlid voor Groep Markuszower. Zij vroegen naar de woningbouw voor mensen die bij een overgang van zorg naar wonen tussen wal en schip kunnen vallen.

Voldoende woonplekken zijn volgens Sterk de eerste prioriteit binnen het landelijke programma voor mensen met verward of onbegrepen gedrag. Hoeveel woningen met begeleiding voor de gevraagde doelgroep in 2024 en 2025 daadwerkelijk zijn opgeleverd, kan zij niet inzichtelijk maken.

Wettelijke minimumdoelstellingen per gemeente voor deze groep overweegt de minister op dit moment niet. Zij kiest voor regionale afspraken, afgestemd op de behoefte en mogelijkheden. Eerst moet duidelijker worden hoeveel huisvesting nodig is; daarna moeten afspraken en monitoring volgen.

Een cijfer voor een beperktere groep

In het antwoord verwijst Sterk naar een vervolgbrief over de landelijke aanpak. Die is inmiddels op 5 oktober gepubliceerd. Daarin noemt het kabinet ongeveer 400 mensen in de levensloopaanpak voor wie geen passende plek beschikbaar is. Die aanpak richt zich op mensen met verward of onbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico, voor wie verschillende organisaties langdurig samenwerken.

Dat cijfer beschrijft een specifieke groep. Het is geen telling van alle mensen met een ernstige psychische aandoening die een woning nodig hebben, en ook geen antwoord op de vraag hoeveel woningen met begeleiding in 2024 en 2025 zijn opgeleverd.

Het kabinet wil met gemeenten, ggz, woningcorporaties, zorgkantoren en verzekeraars extra woonplekken realiseren, in de eerste plaats voor die urgente groep. Ook wil het proeven met woonvoorzieningen starten en onderzoeken of terreinen van zorginstellingen voor passende woonvormen kunnen worden benut. De brief beschrijft voorgenomen stappen, geen overzicht van al gerealiseerde extra plekken.

Een woning alleen is onvoldoende

Volgens diezelfde brief loopt de keten van opvang, zorg en huisvesting vast. Een passende woning helpt onvoldoende als de benodigde begeleiding of behandeling ontbreekt. Andersom kan zorg onvoldoende aansluiten wanneer iemand geen geschikte woonplek heeft. Mensen kunnen daardoor te lang in een voorziening blijven die niet bij hen past.

De Wet versterking regie volkshuisvesting moet helpen de huisvestingsbehoefte in kaart te brengen en regionale afspraken te maken. De wet is sinds 1 juli grotendeels in werking, maar de invoering gebeurt in fases. De Rijksoverheid noemt 1 juli 2027 als termijn voor de gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s, waarin de woningbouwopgave wordt vastgelegd.

Een bredere uitvoeringsagenda voor de gezamenlijke aanpak moet volgens het kabinet in het eerste kwartaal van 2027 verschijnen. Het Bericht berichtte eerder over de ontbrekende landelijke cijfers over zorg en begeleiding na een ggz-behandeling.