Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Sophie Hermans schrijft dat in antwoorden aan Nicole Moinat, Tweede Kamerlid voor Groep Markuszower. Moinat vroeg of hulpverleners pas worden betaald wanneer zij daadwerkelijk contact hebben gelegd met een patiënt.
Hermans bevestigt die stelling niet in die vorm. Zij erkent wel dat zorgverleners tijd besteden aan het actief benaderen van mensen, terwijl die inzet niet altijd apart kan worden gedeclareerd. Het antwoord maakt niet duidelijk in welke situaties dat gebeurt of hoe vaak. Niet afzonderlijk kunnen declareren betekent ook niet automatisch dat het werk helemaal niet wordt betaald.
Twee vormen van hulp, twee verantwoordelijkheden
De minister maakt onderscheid tussen bemoeizorg en ggz waarbij hulpverleners mensen actief opzoeken. Bemoeizorg is volgens haar bedoeld voor mensen die zorg mijden en nog niet in zorg zijn. Die hulp valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten via de Wet maatschappelijke ondersteuning.
De andere vorm is onderdeel van de geneeskundige ggz, voor mensen die al in behandeling zijn of zulke zorg nodig hebben. Die valt onder de Zorgverzekeringswet. Het gaat dus om verschillende vormen van hulp, met verschillende financiering.
Het kabinet vindt dat financiële knelpunten niet mogen verhinderen dat mensen met ernstige psychische problemen opnieuw worden bereikt. Een concrete aanpassing van de vergoeding noemt Hermans in dit antwoord niet. Zij verwijst naar de toekomstbrief over mentale gezondheid en ggz.
Vervolg al gepubliceerd
Die brief verscheen op 2 oktober, voordat de antwoorden op 5 oktober werden gepubliceerd. Daarin wil het kabinet met gemeenten, de ggz en ervaringsdeskundigen verkennen hoe hulp waarbij mensen actief worden benaderd beter beschikbaar kan komen. Het kijkt daarbij ook naar versnippering van het aanbod en verschillen tussen gemeenten. Eind dit jaar moet de Kamer over de voortgang worden geïnformeerd.
De brief noemt daarnaast mogelijke praktijkproeven met de financiering van FACT-teams, die intensieve zorg bieden aan mensen met ernstige psychische aandoeningen en hen actief opzoeken. Een afzonderlijke vergoeding voor het opnieuw benaderen van mensen die uit beeld zijn geraakt, kondigt de brief niet aan.
Hoe groot de groep is die na een ggz-behandeling uit beeld raakt, is landelijk evenmin bekend. Het Bericht schreef eerder over de ontbrekende landelijke cijfers over nazorg na een ggz-behandeling.



