Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg erkent dat de gekozen route een groot beroep doet op wat belastingplichtigen zelf kunnen regelen. Hij schrijft dat in antwoorden aan Luc Stultiens, Tweede Kamerlid voor PRO. Ook de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst komt onder druk te staan, blijkt uit de bijbehorende kabinetsbrief.

Het kabinet wil vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting toepassen op alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Volgens de raming valt dan ongeveer 90 procent van het box 3-vermogen mét waardeontwikkeling onder die systematiek. Dat percentage gaat dus niet over al het vermogen in box 3. Voor de overige vermogensbestanddelen is een volledige overstap in 2030 voorzien.

De aangifte vergt meer eigen werk

Voor die route wordt een aanvullend wetsvoorstel voorbereid, een zogenoemde novelle op de Wet werkelijk rendement box 3. De wetgevingskalender vermeldt dat de adviesaanvraag op 2 oktober bij de Raad van State is ingediend. De wijziging is daarmee nog geen geldende wet.

De banken kunnen ten minste in het eerste invoeringsjaar geen gegevens leveren voor de vooraf ingevulde aangifte, schrijft Eerenberg. De kabinetsbrief noemt dat expliciet als risico voor belastingplichtigen en de Belastingdienst. Minder vooraf ingevulde informatie betekent meer eigen werk bij het samenstellen en controleren van de aangifte.

De politieke keuze voor een snelle invoering stelt daarmee ook eisen aan de mensen die de nieuwe regels moeten gebruiken. De antwoorden geven geen uitgewerkt overzicht van welke ondersteuning zij krijgen om de ontbrekende gegevens op te vangen. Het kabinet zegt de gevolgen van de risico's zoveel mogelijk te willen beperken en rekent daarbij op de inzet van alle betrokken partijen.

Voor het einde van het jaar door de senaat

Om de gekozen planning te halen moet de novelle volgens het kabinet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Het vraagt om een spoedige behandeling en wil de wijziging laten meelopen met het Belastingplan.

De gevolgen voor de uitvoering moeten terugkomen in de uitvoeringstoets van de Belastingdienst, staat in de kabinetsbrief. De beoogde start in 2028 blijft afhankelijk van het wetgevingstraject.