Ongeveer 55 procent van de beschikbare ICT-capaciteit in de veranderplanning gaat naar essentiële modernisering, 40 procent naar wetgeving en externe verplichtingen en 5 procent naar strategische vernieuwing. Dat schrijft staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg in een brief van 5 oktober, bij zijn antwoorden aan CDA-Kamerlid Inge van Dijk.

Het gaat om de verdeling van capaciteit voor ICT-veranderingen, niet om de hele begroting of het volledige personeelsbestand van de dienst. Onder strategische vernieuwing vallen volgens de brief onder meer verbeteringen in de dienstverlening, het toezicht en het gebruik van gegevens.

Eerenberg wil de verhouding de komende jaren geleidelijk verschuiven: maximaal 20 procent voor essentiële modernisering en minstens 20 procent voor strategische vernieuwing. Dat is een voornemen. De huidige verdeling laat zien hoeveel ruimte eerst nodig is om bestaande systemen draaiende te houden en nieuwe regels uit te voeren.

Sneller duidelijkheid over een bezwaar

Een van de verbeteringen waarop hij wil inzetten is een herontwerp van het bezwaarproces. Volgens de brief staat de afhandeling onder druk door meer bezwaar- en beroepsprocedures. Door het proces te automatiseren en op dezelfde manier in te richten, moeten burgers en bedrijven sneller duidelijkheid krijgen. De brief noemt nog geen concrete termijn waarbinnen bezwaren daardoor worden afgehandeld.

Ook wil Eerenberg voorzieningen ontwikkelen waarmee belastingplichtigen en medewerkers inzicht krijgen in dezelfde gegevens. Zulke voorzieningen moeten onder meer inzage in het eigen fiscale dossier mogelijk maken. Dat zijn nog uit te werken plannen, geen verbeteringen die al voor iedereen beschikbaar zijn.

Na 2028 ligt er alweer werk klaar

Volgens de huidige planning is eind 2028 een omslagpunt: de modernisering vergt dan minder capaciteit. In de antwoorden schrijft Eerenberg dat voor het overgrote deel van de onderdelen de achterstand in technisch onderhoud dan is ingelopen. Dat geldt niet voor alle onderdelen. Onderhoud en vernieuwing blijven bovendien nodig.

De ruimte die vrijkomt is dus niet onbeperkt. Voor de meeste onderdelen ligt al een grote voorraad initiatieven klaar, zowel nieuwe wetgeving als verbeteringen van dienstverlening en toezicht. Eerenberg wil voorkomen dat extra politieke wensen de vrijgekomen capaciteit automatisch vullen.

Daarbij kijkt hij nadrukkelijk ook naar kabinet en Kamer. Beleidsmaatregelen die afzonderlijk uitvoerbaar zijn, kunnen samen alsnog meer vragen dan de dienst aankan. Vooral wijzigingen die de Kamer kort voor een stemming aan een wetsvoorstel toevoegt, vragen volgens hem extra alertheid: er is dan niet altijd genoeg tijd om de gevolgen voor de uitvoering zorgvuldig te bespreken.

Bij het nieuwe box 3-plan is een dergelijke uitvoeringsvraag concreet: banken kunnen volgens het kabinet ten minste in het eerste invoeringsjaar geen gegevens leveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Dat legt meer werk bij belastingplichtigen en de Belastingdienst.

In het eerste kwartaal van 2027 wil Eerenberg de Kamer een concretere planning sturen voor de prioriteiten binnen de ICT-capaciteit. Een bijgevoegde beslisnota vermeldt dat de doelen in de brief nog maar beperkt concreter konden worden gemaakt, omdat de prioriteiten verder moeten worden uitgewerkt.