De Belastingdienst heeft genoeg mensen voor de banen die hij mag betalen, maar te weinig capaciteit om al het inningswerk te doen. Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg erkent dat verschil in zijn antwoorden aan PRO-Kamerlid Luc Stultiens. Het tekort aan beschikbare werktijd draagt volgens hem bij aan de groeiende belastingachterstand.
Eind september stond €19,97 miljard aan achterstallige betalingen open. Het gaat om schulden uit verschillende belastingjaren waarvoor al een aanmaning is verstuurd. Een belangrijke oorzaak is het afbreken van coronabetalingsregelingen: daarmee hangt ongeveer €7 miljard samen, inclusief later opgelegde aanslagen en rente.
| Meetmoment | Openstaand bedrag |
|---|---|
| Januari 2023 | €10,90 miljard |
| Eind september 2026 | €19,97 miljard |
Hoe langer schulden blijven liggen, hoe kleiner de kans dat ze volledig worden betaald. Eerenberg bevestigt dat risico. Voor ondernemers kan een oplopende schuld bovendien betekenen dat een haalbare betalingsoplossing verder uit zicht raakt.
Alle banen gevuld, het werk blijft liggen
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de volle personeelsbezetting geen antwoord geeft op het eerdere capaciteitstekort. Wij vergeleken de nieuwe antwoorden en de bijbehorende ambtelijke nota met het Rekenkameronderzoek uit februari 2024. De Rekenkamer keek naar de mensen die nodig waren om het werk uit te voeren. Eerenberg telt nu de banen waarvoor budget beschikbaar is. Zijn eigen nota zegt het concreet: het werkaanbod overtreft de capaciteit bij invordering.
De Rekenkamer stelde in 2024 vast dat het tekort zowel het innen van schulden als het bieden van maatwerk aan kleine ondernemers hinderde. Eerenberg noemt nu de groei van het aantal belastingplichtigen en hun verzoeken, de extra coronawerkzaamheden en de tijd die persoonlijke hulp kost. Het budget groeit volgens hem niet mee met die extra belastingplichtigen en verzoeken.
Voor 2025 tot en met 2027 is in totaal €22,5 miljoen extra beschikbaar gesteld. Ook moeten digitalisering, betere informatie en andere werkprocessen helpen. Welke extra maatregelen de inning aanzienlijk kunnen verbeteren en wat die kosten, laat Eerenberg nog uitwerken. De Kamer krijgt daarover vóór het einde van het jaar bericht.
Meer innen geeft niet vanzelf ruimte voor personeel
Een extra belastinginner kan de overheid meer opleveren dan hij kost. Eerenberg erkent dat meer medewerkers inzetten kan lonen. De Belastingdienst mag de extra belastingopbrengst echter niet zelf aan personeel besteden: dat geld gaat naar de schatkist, terwijl het budget voor de dienst apart wordt vastgesteld. Meer geld voor de uitvoering vergt dus een politieke begrotingskeuze.
Daar staat een groeiende bezuiniging tegenover. De eerder genoemde €276 miljoen per jaar vanaf 2030 wordt door aanvullende kabinetsmaatregelen €438 miljoen per jaar vanaf 2035. Dat is volgens Eerenberg bijna 13 procent van het uitvoeringsbudget van de hele Belastingdienst.
Het kabinet verwacht te besparen met digitalisering, lagere uitgaven aan onder meer materiaal en eenvoudiger regels. Maar Eerenberg erkent dat daar grenzen aan zitten en dat de maatregelen ook gevolgen hebben voor het aantal medewerkers. Juist de ruimte voor technische verbeteringen is schaars, zoals eerder bleek uit ons onderzoek naar de volle ICT-agenda en de plannen voor snellere bezwaarafhandeling.
Belastinginning financiert zorg, onderwijs en andere publieke voorzieningen. Voor mensen en bedrijven die hun rekening betalen, telt bovendien dat dezelfde verplichtingen ook bij anderen worden nagekomen.
Eerenberg wil de bezuiniging niet schrappen. Het plan voor alle besparingen tot 2035 is nog in de maak. De definitieve uitwerking met bedragen volgt bij de Voorjaarsnota 2027.


