Welke beken met rijksgeld worden aangepakt om de belasting vanuit de landbouw te verminderen, staat nog niet definitief vast. Provincies en waterschappen kunnen met regionale gegevens en onderbouwing voorstellen doen om de eerste selectie aan te passen. Pas daarna worden locaties en maatregelen per beek nader uitgewerkt.

Dat schrijft minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Jaimi van Essen in antwoorden aan de BBB-Kamerleden Caroline van der Plas en Femke Marije Wiersma. Zij vroegen naar de onderbouwing van maatregelen bij de Tungelroyse Beek in Limburg.

De beek staat in een eerdere kabinetsbijlage bij een groep van 17 beken waarvoor een berekening van Deltares verbetering van de waterkwaliteit voorspelt bij een bufferzone van 250 meter aan weerszijden. Het scenario gaat uit van extensief agrarisch grondgebruik. Dat betekent een minder intensief gebruik van landbouwgrond.

Voor boeren langs de beek is het onderscheid tussen de modeluitkomst en een uitgewerkt gebiedsplan van belang. De berekening helpt volgens Van Essen om te bepalen waar maatregelen kansrijk zijn. Zij legt op zichzelf nog niet vast welke locaties en maatregelen uiteindelijk worden gekozen.

Modeluitkomst en lokale meting

De Kamerleden wijzen op verschillen tussen plaatselijke watermetingen en de studie. Volgens de minister beschrijft het Deltares-rapport echter geen actuele gemeten concentraties. Het rekent effecten van maatregelen door onder gestandaardiseerde aannames over de waterhuishouding. Een verschil met een afzonderlijk meetpunt bewijst daardoor op zichzelf geen fout in de gebruikte gegevens.

Bij de Tungelroyse Beek vragen de Kamerleden specifiek naar stikstof die vanuit België via de Raam wordt aangevoerd. Van Essen antwoordt dat in de prognose voor 2033 niet is vastgesteld dat meer dan de helft van de stikstofconcentratie van de Tungelroyse Beek uit het buitenland komt. Dat is een uitspraak over de prognose, geen nieuwe vaststelling van de huidige concentratie bij elk meetpunt.

De studie kijkt naar het waterlichaam als geheel. Lokale meetpunten kunnen volgens de minister een ander beeld geven. Hij schrijft ook dat buitenlandse aanvoer in de bronnenanalyse stroomafwaarts herkenbaar blijft. De aanpak moet uiteindelijk de opgaven vanuit alle bronnen oplossen, waaronder landbouw, buitenlandse aanvoer en rioolwaterzuivering.

Voor het achtste Nitraatactieprogramma worden inmiddels actuelere berekeningen gemaakt. Provincies en waterschappen kunnen ook die inzichten gebruiken bij hun voorstellen voor de bekenlijst. Van Essen kondigt aan de Kamer later over de uitwerking van mogelijke maatregelen te informeren.