Staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg weigert een aparte onderzoekscommissie naar het handelen van de Belastingdienst rond Shell. Ook geeft hij geen openbaar oordeel over de belastingconstructies die onderzoekers in interne Shell-documenten beschrijven. Hij verwijst naar bestaande controles. Hoe de fiscus de concrete transacties heeft beoordeeld, blijft in zijn antwoorden buiten beeld.

PRO-Kamerlid Luc Stultiens vroeg om onderzoek met medewerkers van de Belastingdienst en externe deskundigen. Aanleiding waren de Shell Files van onderzoeksorganisatie SOMO en publicaties van Follow the Money en het Financieele Dagblad. De nieuwe onthullingen gaan over de prijzen die onderdelen van het concern onderling rekenen, beschreven in rapporten uit 2017 en 2019.

Winst verschuiven raakt de gezamenlijke schatkist

Die prijzen bepalen mede in welk land Shell winst boekt en waar die winst belast wordt. Volgens SOMO bieden de internationale regels ruimte om winst naar landen met lage belastingen te verschuiven. De organisatie meldt ook Shells reactie: het bedrijf ontkent winstverschuiving en zegt de richtlijnen van de OESO te volgen.

De Nederlandse wet verlangt dat concernonderdelen voorwaarden gebruiken die onafhankelijke bedrijven zouden afspreken. Bedrijven moeten onderbouwen hoe hun onderlinge prijzen tot stand komen; de Belastingdienst kan onzakelijke prijzen corrigeren. Maar voldoen aan prijsregels en een eerlijke bijdrage leveren aan de samenleving zijn verschillende vragen. Juist de ruimte binnen die regels staat in het SOMO-onderzoek ter discussie.

Belasting op bedrijfswinsten draagt bij aan de financiering van zorg, onderwijs en andere publieke voorzieningen. Een multinational kan activiteiten en onderlinge betalingen over meerdere landen verdelen. Een bedrijf dat alleen in Nederland werkt, heeft die internationale mogelijkheden niet. Wanneer winst verschuift naar een land dat minder belasting heft, raakt dat de verdeling van de gezamenlijke lasten. Daarom gaat dit dossier ook over wie bijdraagt aan de voorzieningen waarvan bedrijven en hun werknemers gebruikmaken.

Een terugkerende muur van geheimhouding

De botsing over Shell en openbaarheid heeft een voorgeschiedenis. In 2018 debatteerde de Kamer al over berichten dat Shell via Jersey dividendbelasting ontweek. Het toenmalige kabinet weigerde publiek inhoudelijk commentaar op het individuele belastingdossier en bood een besloten technische briefing aan. Ook toen stond de vraag centraal hoe de Kamer fiscale afspraken met een grote multinational kon controleren.

Nu wil Stultiens weten of de constructies in de openbaar geworden rapporten als belastingontwijking moeten worden aangemerkt. Eerenberg geeft die beoordeling niet. Zelfs reageren op gepubliceerde informatie kan volgens hem vertrouwelijke fiscale gegevens bevestigen of onthullen hoe de Belastingdienst Shell heeft behandeld.

Fiscale geheimhouding beschermt de gegevens die bedrijven en anderen aan de Belastingdienst verstrekken. Daar staat het grondwettelijke recht van de Kamer op informatie tegenover, met het belang van de staat als uitzonderingsgrond. Eerenberg zegt die belangen te hebben afgewogen en kiest hier voor geheimhouding.

Algemene waarborgen vervangen geen concreet antwoord

Voor zijn afwijzing van een commissie verwijst Eerenberg naar interne kwaliteitsbewaking, overleg tussen belastingdeskundigen en onafhankelijke rechterlijke toetsing. Hij zegt geen aanwijzingen te zien dat deze waarborgen tekortschieten. Bij de Uber Files waren aantijgingen over schending van fiscale geheimhouding door medewerkers volgens hem de reden voor een onderzoekscommissie; zo'n aanleiding ziet hij bij Shell niet.

Die uitleg beschrijft hoe het belastingtoezicht in het algemeen is georganiseerd. Ze geeft de Kamer geen inhoudelijk oordeel over de Shell-constructies waarmee zij het handelen van de fiscus kan toetsen. Het kabinet weigert het gevraagde aparte onderzoek en houdt de concrete beoordeling geheim. De vraag of de overheid bij deze constructies de gezamenlijke schatkist voldoende beschermt, blijft daarmee publiek onbeantwoord.