Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Jaimi van Essen schrijft dat de verplichting om eens in de vier jaar een aangewezen rustgewas te telen onverminderd van kracht blijft. Die geldt op zand- en lössgronden. De eerste periode loopt van 2023 tot en met 2026; de volgende begint in 2027.

De bevestiging volgt op vragen van Caroline van der Plas, Kamerlid voor BBB. Zij wees op onduidelijkheid in de RVO-informatie over de duur van het nieuwe tijdvak. Boeren moeten hun teeltplan kunnen maken en op tijd zaaizaad en pootgoed kunnen bestellen, stelde zij. De minister onderschrijft dat duidelijkheid vóór de start van een nieuwe periode wenselijk is.

Van Essen kondigde aan dat RVO de tekst zou verduidelijken. Op de actuele pagina, gecontroleerd door RVO op 5 oktober, staat nu expliciet dat ook de periode die in 2027 begint vier jaar duurt. Er wordt daarmee geen nieuwe jaarlijkse rustgewasplicht ingevoerd.

De teelthistorie gaat mee met het perceel

De maatregel komt uit het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn. Rustgewassen zijn bedoeld om de kwaliteit van water en bodem te verbeteren. Volgens RVO helpen hun wortels voedingsstoffen uit diepere bodemlagen te halen en de kans op uitspoeling te verkleinen.

Niet elk perceel valt onder de verplichting. RVO noemt bij de huidige regeling onder meer uitzonderingen voor biologische landbouw en voor gewassen die de hele periode van 2023 tot en met 2026 op het land staan.

Bij aankoop, huur of pacht is ook de eerdere teelt van belang. Wie grond in het vierde jaar van een periode gebruikt, is volgens RVO verantwoordelijk voor de rustgewasteelt als in de eerste drie jaren nog geen rustgewas op dat perceel is geteeld.