Gemeenten moeten uitzoeken welke kinderen voor jeugdhulp in het buitenland verblijven, of zij daar passende zorg krijgen en of de verplichte toestemming is geregeld. Minister van Jeugd Mirjam Sterk verwacht hun reacties pas in het eerste kwartaal van 2027 compleet te hebben. Intussen kan zij geen volledig overzicht geven van de kinderen, hun verblijfplaatsen en het toezicht op hun veiligheid.
Dat blijkt uit nieuwe antwoorden aan Nicole Moinat van Groep Markuszower. Sterk erkent dat de bescherming bij buitenlandse plaatsingen nu onvoldoende is geregeld. Zij heeft gemeenten gevraagd geen nieuwe kinderen over de grens te plaatsen zolang strengere regels worden uitgewerkt.
Twee tellingen, twee termijnen
Vóór het Kamerdebat van 30 november komt wel informatie beschikbaar van jeugdbeschermingsorganisaties. Hun is gevraagd hoeveel kinderen zij op 1 oktober in het buitenland hadden geplaatst. Dat overzicht gaat over hun plaatsingen, niet over alle buitenlandse jeugdhulp die gemeenten inkopen.
Daarnaast vraagt Sterk gemeenten om samen met zorgaanbieders en jeugdbeschermers de huidige plaatsingen te controleren. Ook loopt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een bredere inventarisatie van zorg waarbij één jongere afzonderlijk wordt begeleid. Daarmee wil zij eveneens beter zicht krijgen op buitenlandse plaatsingen. Voor de complete gemeentelijke reacties noemt zij het eerste kwartaal van 2027.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het ministerie de twee inventarisaties ook in oktober al van elkaar onderscheidde. Toen werden reacties van jeugdbeschermingsorganisaties vóór november verwacht, terwijl overleg met gemeenten nog liep. De nieuwe termijn voor gemeenten is dus geen uitstel van diezelfde telling: het gaat om een andere groep organisaties. Samen moeten hun gegevens duidelijk maken welke kinderen nu buiten beeld blijven.
Toestemming is een bescherming voor het kind
Het ontbrekende overzicht is geen puur administratief probleem. Voor een plaatsing moet vooraf toestemming worden geregeld van de autoriteit in het ontvangende land. Die moet kunnen beoordelen of de plaatsing aan de plaatselijke regels voldoet en toezicht mogelijk maken. Als een organisatie die stap overslaat, ontbreekt juist een belangrijke controle op de zorg ver van huis.
Het Bericht beschreef eerder waarom de zeven geregistreerde verzoeken uit 2026 geen telling van alle geplaatste kinderen zijn. Kinderen voor wie de procedure niet is gevolgd, ontbreken in dat overzicht.
Hoe zwaar dat kan wegen, blijkt uit het nieuwe onderzoek naar SAVE en Huize Soria. Onderzoeksbureau Maruda vond voor zover het kon nagaan bij geen van de onderzochte plaatsingen voorafgaande Spaanse toestemming. Het beschrijft ook geweld en ongeoorloofde vrijheidsbeperkingen. SAVE had signalen over veiligheid en over de ontbrekende toestemming onvoldoende bij elkaar gebracht.
Controle hoeft niet op de telling te wachten
De verantwoordelijkheid voor de kinderen geldt ondertussen al. Gemeenten moeten met hun aanbieders nagaan of de zorg passend is. Jeugdbeschermingsorganisaties moeten bij een door hen uitgevoerde kinderbeschermingsmaatregel de toestemming regelen. Als die ontbreekt, moeten gemeenten de procedure alsnog in gang laten zetten, schrijft Sterk.
Een landelijke telling kan zichtbaar maken hoeveel kinderen tussen de verschillende organisaties uit beeld raken. Zij vervangt geen controle bij het kind zelf. Juist kinderen die ver van hun vertrouwde omgeving afhankelijk zijn van een aanbieder, hebben bescherming nodig die verder gaat dan de mededeling wie er formeel verantwoordelijk is.
Sterk werkt aan regels die jeugdhulp in beginsel tot Nederland beperken. Een uitzondering moet uitdrukkelijk in het belang van het kind zijn, bijvoorbeeld verblijf bij een familielid in het buitenland met wie een nauwe band bestaat. Wanneer die nieuwe regels ingaan, staat niet in de antwoorden.



