Jeugdbeschermingsorganisatie SAVE volgde bij plaatsingen in het Spaanse Huize Soria de advocaat van de zorgaanbieder, tegen het advies van de eigen juristen in. De organisatie ging samen met Huize Soria in hoger beroep. De terugkeer van jongeren kwam pas na de uitspraak op gang, schrijft onderzoeksbureau Maruda.
Dat is een van de scherpste conclusies uit het onderzoek dat Samen Veilig Midden-Nederland, de organisatie achter SAVE, op 2 november openbaar maakte. Het rapport gaat over de vraag hoe de jeugdbescherming omging met signalen van onveiligheid en het ontbreken van toestemming voor de plaatsingen. Maruda beschrijft onder meer intimidatie, fysiek geweld en vrijheidsbeperkingen zonder wettelijke grond.
Volgens Maruda was al enkele maanden duidelijk dat de plaatsingen niet rechtmatig waren toen de terugkeer op gang kwam. De onderzoekers noemen het moeilijk te begrijpen dat het goed onderbouwde advies van de eigen juristen werd genegeerd. SAVE vroeg toen ook geen zelfstandig extern juridisch advies.
Ook de rechter verwees SAVE naar de eigen jurist
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat een kinderrechter SAVE in september 2024 expliciet aanraadde de eigen jurist te raadplegen. We legden de oorspronkelijke beschikking naast het nieuwe onderzoeksrapport.
In die zaak wilde SAVE dat een jongere in de Spaanse instelling kon blijven. De organisatie onderschreef het standpunt van de advocaat van de aanbieder: omdat de instelling een Nederlandse bv was en de jongere in Nederland ingeschreven bleef, zou Spaanse toestemming niet nodig zijn.
De kinderrechter wees die redenering op 27 september 2024 af. De locatie stond op Spaans grondgebied; daarom moest de goedkeuringsprocedure worden gevolgd. De rechter erkende het tekort aan geschikte plekken in Nederland en de goede ervaringen die SAVE naar voren bracht, maar gaf alleen toestemming voor uithuisplaatsing in Nederland. Aan het slot adviseerde de rechter SAVE de kwestie intern met de eigen jurist te bespreken.
Toestemming moest kinderen beschermen
Die toestemming was meer dan papierwerk. Spanje moest vooraf kunnen beoordelen of het de veiligheid en bescherming van een geplaatste jongere kon regelen. De rechter waarschuwde dat zonder de procedure het toezicht ter plaatse niet was geregeld en de Nederlandse voogdijinstelling in Spanje niet zelf kon ingrijpen.
Maruda ziet dat juridische bescherming en signalen over onveiligheid binnen SAVE naast elkaar bleven bestaan. Niemand had het volledige overzicht. Het vertrouwen dat Huize Soria goed was voor de jongeren leidde volgens de onderzoekers tot tunnelvisie.
De belangen van een zorgaanbieder en een jeugdbeschermer vallen niet vanzelf samen. De aanbieder verzorgt het verblijf; de jeugdbeschermer moet zelfstandig bewaken of een jongere daar veilig en rechtmatig kan blijven. Maruda beveelt SAVE daarom uitdrukkelijk aan de onafhankelijke positie tegenover aanbieders te bewaken, ook in juridische procedures.
Na het stopbesluit volgde toch nog een plaatsing
Eind 2024 besloot SAVE geen jongeren meer zonder toestemming van de ontvangende autoriteit in het buitenland te plaatsen. Kort daarna gebeurde dat volgens het rapport in één geval toch nog. Het lopende beroep en het uitblijven van directe terugkeer zorgden intern voor verwarring.
De onderzoekers spraken met medewerkers, bestuurders en drie jongeren. Het onderzoek richtte zich op het handelen van SAVE; met vertegenwoordigers van Huize Soria spraken zij niet. Huize Soria bestrijdt op zijn website de beschuldigingen van misstanden. SAVE erkent nu de tekortkomingen, betuigt spijt en heeft besloten zelf geen nieuwe jeugdzorgplaatsingen met verblijf in het buitenland te beginnen. Er komt een verbeterplan voor de inspectie.
De vragen over andere organisaties blijven liggen
Het Bericht beschreef op 16 oktober al hoe de minister een eigen onderzoek afwees, terwijl een volledig overzicht van de betrokken kinderen en organisaties ontbrak.
Minister van Jeugd Mirjam Sterk (CDA) verwees eerder naar het onderzoek naar SAVE bij vragen over waarschuwingen, doorlopende plaatsingen en het toezicht rond Huize Soria. Het openbare rapport beoordeelt het handelen van andere organisaties echter niet. Verschillende betrokken partijen gingen niet in op een uitnodiging voor een gesprek of beantwoordden alleen schriftelijke vragen.
Sterk heeft toegezegd na dit rapport met gemeenten en jeugdzorgorganisaties te bespreken welk aanvullend onderzoek nodig is. Zij wil de Kamer daarover vóór het overleg van 30 november informeren.



