Huize Soria, een zorgplek voor Nederlandse jongeren in het Spaanse Aspe, moest van de Spaanse autoriteiten stoppen omdat de vereiste toestemming ontbrak. Minister van Jeugd Mirjam Sterk wil geen onafhankelijk onderzoek laten doen naar wie kinderen daar heeft geplaatst en laten verblijven. Dat antwoordt zij op vragen van Nicole Moinat van Groep Markuszower.
De minister weet, afgezien van SAVE Jeugdbescherming, niet welke gemeenten, jeugdhulpaanbieders en jeugdbeschermingsorganisaties kinderen bij Huize Soria hebben ondergebracht. Ook weet zij niet hoeveel andere kinderen er verbleven toen het Spaanse sluitingsbesluit werd genomen. Daarmee ontbreekt op landelijk niveau een volledig overzicht van de kinderen én van de organisaties die voor hun plaatsing verantwoordelijk waren.
Een waarschuwing uit 2016
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kreeg volgens Sterk al in 2016 een eerste melding over Huize Soria en informeerde toen de Spaanse autoriteiten. In latere jaren ontving de inspectie opnieuw een beperkt aantal signalen. Zij sprak plaatsende organisaties en Huize Soria aan op hun werkwijze. Achteraf erkent de inspectie dat zij ook de latere signalen met de Spaanse autoriteiten had kunnen delen.
Of na de eerste waarschuwingen nog kinderen zijn geplaatst of verblijven zijn verlengd, maakt de minister niet duidelijk. Zij verwijst opnieuw naar het ontbrekende overzicht van plaatsende organisaties. Juist dat verloop is van belang om vast te stellen of waarschuwingen daadwerkelijk gevolgen hadden voor de bescherming van jongeren.
Huize Soria bestrijdt de beschuldigingen over misstanden. In een eigen verklaring van 1 oktober bevestigde de directie wel dat de Spaanse vestiging moest sluiten vanwege ontbrekende administratieve toestemming. Op de website staat inmiddels dat de zorgafdeling op 5 oktober is gestopt en dat de jongeren zijn overgedragen en ondergebracht in Nederland. Dat is de mededeling van de instelling zelf.
Er waren al andere onderzoeken aangekondigd
De afwijzing van Sterk betreft een onderzoek in opdracht van de minister. Uit onderzoek van Het Bericht, waarbij de nieuwe antwoorden zijn vergeleken met de Kamerbrief van 25 september, blijkt dat er al twee andere onderzoeken waren aangekondigd. SAVE zou een externe partij laten kijken naar buitenlandse plaatsingen waarbij de verplichte toestemmingsprocedure niet was gevolgd. Ook de gemeente Utrecht had een onafhankelijk onderzoek aangekondigd, na overleg met de betrokken regio’s.
In die septemberbrief corrigeerde het kabinet bovendien een eerdere mededeling over teruggekeerde jongeren. Die had alleen betrekking op jongeren voor wie SAVE nog verantwoordelijk was. Twee jongeren waren in Spanje meerderjarig geworden. Eén van hen was terug in Nederland; voor de ander werd toen nog een passende plek gezocht. De nieuwe antwoorden geven geen volledig overzicht van alle voormalige bewoners.
Wel verantwoordelijk, geen volledig overzicht
Sterk legt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en organisaties die kinderen naar het buitenland sturen. Zij moeten vooraf controleren of de hulp aan de eisen voldoet en de procedure via de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden volgen. Die overheidsdienst vraagt toestemming aan het ontvangende land. Zo weten buitenlandse autoriteiten van de plaatsing en kunnen zij toezicht houden.
Het ministerie houdt ook geen centrale administratie bij van het publieke geld dat aan deze zorg wordt besteed. Gemeenten moeten controleren of de gedeclareerde hulp terecht wordt betaald. Zonder overzicht van alle plaatsers kan de minister de Kamer dus evenmin vertellen hoeveel gemeenschapsgeld naar Huize Soria is gegaan.
Bij jeugdbeschermingsorganisaties wordt nu nagegaan of zij kinderen in het buitenland hebben geplaatst zonder de verplichte procedure te volgen. De reacties worden vóór november verwacht; gemeenten krijgen hetzelfde verzoek. Sterk werkt daarnaast aan regels die buitenlandse jeugdhulp tot hoge uitzonderingen moeten beperken. Die nieuwe regels zijn nog in voorbereiding.

