Nederlandse jongeren krijgen jeugdhulp in het buitenland, maar het kabinet weet niet hoeveel het er zijn en waar zij allemaal verblijven. De zeven verzoeken die dit jaar bij de overheid zijn ingediend, geven daarop geen antwoord. Gemeenten en zorgorganisaties volgen de verplichte procedure namelijk niet altijd. Minister van Jeugd Mirjam Sterk noemt dat laakbaar.
De minister erkent tegenover Nicole Moinat van Groep Markuszower dat daardoor niet kan worden gegarandeerd dat ieder van deze jongeren veilig is. Zij wil jeugdhulp in het buitenland in beginsel verbieden. Totdat daarvoor nieuwe regels zijn, roept zij gemeenten en aanbieders op geen jongeren meer over de grens te plaatsen.
Verzoeken tellen is geen jongeren tellen
De zeven verzoeken zijn in 2026 ingediend bij de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden. Die overheidsdienst regelt vooraf toestemming van het land waar een jongere hulp moet krijgen. Vijf verzoeken betroffen plaatsingen met een kinderbeschermingsmaatregel, twee gingen over vrijwillige hulp.
Dat is geen telling van alle jongeren die op dit moment in een buitenlands tehuis of gastgezin wonen. Plaatsingen buiten deze route ontbreken in het overzicht. Ook gegevens over verblijfsduur, landen en aanbieders kan Sterk niet volledig geven.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het kabinet deze blinde vlek al in maart beschreef. In antwoorden over Nederlandse jongeren in Franse gastgezinnen legde Sterk toen uit dat de overheid zicht had op geregistreerde plaatsingen, maar niet op jongeren voor wie de verplichte procedure was overgeslagen. Zeven maanden later ontbreekt nog steeds een volledige registratie.
Een videogesprek is onvoldoende
De Nederlandse inspectie mag buitenlandse zorglocaties niet zelf controleren. Gemeenten en aanbieders moeten zorgen dat de hulp aan de Nederlandse kwaliteitseisen voldoet en dat buitenlandse autoriteiten toezicht kunnen houden. Daarvoor moeten die autoriteiten wel weten dat de jongere er is.
Moinat vroeg wie daadwerkelijk naar een jongere toe gaat als er zorgen zijn over de veiligheid. Sterk geeft daarop geen vaste werkwijze of bezoekfrequentie. Wel zegt zij dat toezicht via beeldbellen onvoldoende is. Hoe het toezicht in Marokko wordt uitgevoerd, weet zij niet.
Ook een overzicht van klachten over buitenlandse jeugdhulp ontbreekt. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd registreert meldingen niet apart onder die noemer en kan daarom geen cijfers over de afgelopen tien jaar geven. Zo ontbreekt naast het aantal jongeren ook een landelijk overzicht van de signalen over hun veiligheid.
De nieuwe regels zijn er nog niet
Voor een jongere ver van huis zijn taal en omgeving extra barrières om hulp te zoeken. Sterk erkent dat die omstandigheden extra bescherming vragen: een jongere moet vrijuit kunnen spreken en mag niet volledig afhankelijk worden van de aanbieder.
Het probleem is concreet zichtbaar bij Huize Soria in Spanje. Daar ontbrak de vereiste toestemming voor de zorglocatie en heeft de minister evenmin een volledig overzicht van de organisaties die kinderen er plaatsten. Zij wijst een eigen onderzoek naar die plaatsingen af; SAVE en de gemeente Utrecht hadden al afzonderlijke onderzoeken aangekondigd.
De nieuwe regels moeten buitenlandse hulp tot uitzonderingen beperken die aantoonbaar in het belang van de jongere zijn. De plaatsingsprocedure moet dan wel worden gevolgd. Sterk overlegt nog over de uitwerking. Jeugdbeschermingsorganisaties moeten intussen nagaan of zij jongeren zonder die procedure in het buitenland hebben geplaatst. Hun reacties worden vóór november verwacht; gemeenten krijgen hetzelfde verzoek.

