De Nederlandse inspectie kan niet meer reconstrueren waarom zij latere signalen over Huize Soria niet aan de Spaanse autoriteiten doorgaf. In dat Spaanse gezinshuis kregen Nederlandse jongeren jeugdhulp. De inspectie meldde een eerste waarschuwing in 2016 wel aan Spanje, maar deed dat bij latere signalen niet opnieuw.

Dat blijkt uit nieuwe antwoorden van minister Mirjam Sterk van Jeugd aan Nicole Moinat (Groep Markuszower). In een tweede reeks antwoorden aan Lisa Westerveld (PRO) schrijft zij dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ook geen betrouwbare landelijke cijfers kan geven over meldingen over Nederlandse jongeren in buitenlandse jeugdhulp. Die meldingen worden niet apart als buitenlandse jeugdhulp geregistreerd.

Nieuwsuur bracht verklaringen naar buiten van oud-bewoners over fysieke en psychische mishandeling bij Huize Soria. De instelling bestrijdt de beschuldigingen. De zorgplek in Aspe moest stoppen omdat de vereiste Spaanse toestemming ontbrak.

Wel contact mogelijk, geen verklaring meer

De Nederlandse inspectie mag in Spanje geen toezicht houden. Zij kan haar Spaanse collega's wel waarschuwen. Na 2016 sprak de IGJ de Nederlandse organisaties die jongeren plaatsten en Huize Soria zelf aan, schrijft Sterk. De Spaanse autoriteiten werden niet opnieuw geïnformeerd. De inspectie erkent achteraf dat dat wel had gekund. Welke afwegingen zij destijds maakte, is volgens de minister niet meer te achterhalen.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat contact met een buitenlandse inspectie al expliciet onderdeel was van de uitleg die Sterk in maart aan de Kamer gaf. Aanbieders moesten volgens die antwoorden melden wie ter plaatse toezicht hield. Bij zorgen over de zorg kon de IGJ vervolgens die buitenlandse inspectie benaderen. Dat de IGJ zelf niet in Spanje mag ingrijpen, verklaart dus niet waarom latere signalen daar niet terechtkwamen.

De jongeren waren voor hun veiligheid afhankelijk van organisaties die hen naar Spanje stuurden en van toezichthouders die informatie konden uitwisselen. Nu ontbreken niet alleen antwoorden over wie na waarschuwingen nog kinderen plaatste, maar ook de reden waarom een beschikbare route naar de Spaanse toezichthouder ongebruikt bleef.

Breder onderzoek wacht op rapport over SAVE

Sterk wil eerst het onafhankelijke onderzoek naar buitenlandplaatsingen door SAVE Jeugdbescherming afwachten. Volgens haar wordt dat rapport op 2 november gepubliceerd. SAVE schreef zelf op 23 oktober nog dat het de uitkomsten eind oktober verwachtte. De onderzoekers bekijken welke keuzes SAVE maakte, wat de organisatie wist en hoe zij met zorgen en signalen omging.

Na publicatie bespreekt de minister met gemeenten, jeugdbeschermingsorganisaties en Jeugdzorg Nederland welke aanvullende stappen, waaronder onderzoek, nodig zijn. Zij zegt daarover vóór het overleg van 30 november aan de Kamer te berichten. Een breder onderzoek naar alle betrokken Nederlandse organisaties heeft zij daarmee nog niet toegezegd.

Driestroom, dat een franchiseovereenkomst met Huize Soria had, bleef volgens Sterk als hoofdaannemer verantwoordelijk voor de kwaliteit van de jeugdhulp en de veiligheid van jongeren. De dagelijkse zorg door een onderaannemer ontsloeg de Nederlandse hoofdaannemer dus niet van die verantwoordelijkheid.

Nog geen volledig overzicht van de kinderen

Hoeveel jongeren na de eerste melding in 2016 bij Huize Soria zijn geplaatst of daar bleven, kan Sterk niet zeggen. Ook een overzicht van alle plaatsende organisaties en het totale Nederlandse zorggeld geeft zij niet. Gemeenten moeten de uitgaven controleren. Voor voormalige bewoners onderzoekt de minister nog hoe extra begeleiding kan worden georganiseerd als zij vastlopen bij het vinden van hulp.

Het ontbrekende overzicht van buitenlandse plaatsingen reikt verder dan Huize Soria. Gemeenten en jeugdbeschermingsorganisaties moeten nu nagaan welke jongeren in het buitenland verblijven, of de verplichte toestemmingsprocedure is gevolgd en of de hulp passend is. Sterk werkt aan strengere regels en heeft gemeenten gevraagd nieuwe plaatsingen waar mogelijk op te schorten.