De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens beheert de landelijke systemen voor persoonsgegevens en speelt een centrale rol bij paspoorten en identiteitskaarten. Hoe de dienst wordt aangestuurd, zijn geld besteedt en zijn taken uitvoert, moet periodiek worden onderzocht. In het nieuwe overzicht van minister van Financiën Eelco Heinen staat de laatste brede doorlichting op 2015 en de volgende op 2027.
Dat overzicht stuurde hij aan zelfstandig Kamerlid Mona Keijzer, die wilde weten wat onderzoeken naar uitvoeringsdiensten opleveren. Heinen schrijft dat Binnenlandse Zaken begin 2025 toestemming heeft gevraagd om enkele evaluaties later uit te voeren. Die toestemming is verleend. Een inhoudelijke reden voor het uitstel bij RvIG geeft het antwoord niet.
Een uitzondering die tot twaalf jaar tussen onderzoeken leidt
De gewone regel is een evaluatie minstens eens in de vijf jaar. Als het onderzoek wordt gecombineerd met een ander passend evaluatieonderzoek, kan die termijn zo nodig zeven jaar zijn. Voor een verdere afwijking is vooraf schriftelijke toestemming van Financiën nodig, op basis van een gemotiveerd verzoek.
Bij RvIG zou de nieuwe planning twaalf kalenderjaren tussen de twee doorlichtingen betekenen. Ook facilitaire dienst FMHaaglanden en het Rijksvastgoedbedrijf kregen toestemming voor uitstel. Voor FMHaaglanden noemt Heinen 2020 als laatste evaluatie en 2027 als volgende. Bij het Rijksvastgoedbedrijf, voor het laatst doorgelicht in 2021, loopt het onderzoek nu.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat Financiën al in de aanbiedingsbrief bij de RvIG-doorlichting van 2015 uitdrukkelijk wees op de vijfjaarsregel. Die norm bestond dus ruim vóór de nieuwe regels die in 2025 ingingen. In dezelfde brief kreeg de dienst de aanbeveling om beter meetbaar te maken wat de uitvoering kost en oplevert.
De brede doorlichting staat naast de jaarlijkse financiële verantwoording en onderzoeken naar afzonderlijke taken. Zij moet juist het functioneren van de organisatie als geheel beoordelen.
Vijf positieve uitkomsten, zonder namen erbij
Het ontbrekende zicht beperkt zich niet tot uitgestelde onderzoeken. Volgens Heinen laten vijf evaluaties van agentschappen een positieve ontwikkeling zien in de verhouding tussen kosten en resultaten. Welke vijf dat zijn, vermeldt hij niet. Het gevraagde overzicht bevat onderzoeksjaren en planningen, maar geen oordeel per dienst.
Dat onderscheid telt. Een ingevulde evaluatieplanning laat zien wanneer onderzoek plaatsvindt. Zij vertelt de Kamer nog niet of een dienst beter werkt, wat een verbetering kost of welke maatregelen nodig zijn.
Heinen noemt wel concrete aanpassingen. Zo veranderde de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de verdeling van gezamenlijke ICT-kosten over opdrachtgevers. Daardoor daalde het uurtarief. Bij Rijkswaterstaat wordt in het lopende onderzoek nagegaan of veranderingen in de aansturing aantoonbaar tot doelmatiger werken leiden.
Voor sommige diensten is een ontwikkeling volgens de minister moeilijk te meten. Meetpunten ontbreken, veranderen door nieuwe opdrachten of geven verschillende uitkomsten. Sinds 2025 mogen ministeries de rapportage daarom meer laten aansluiten op de eigen taken. De nieuwe regels vragen ook aandacht voor de maatschappelijke waarde van het werk, naast kosten en bereikte doelen.
Goede controle beschermt ook de dienstverlening
Een onderzoek naar kosten en resultaten is meer dan een zoektocht naar bezuinigingen. Het moet ook laten zien welke middelen een dienst nodig heeft om zijn publieke taak goed te doen. Zonder die informatie kan de Kamer moeilijk beoordelen of een besparing werk slimmer organiseert of ten koste gaat van de dienstverlening.
Eerder berichtte Het Bericht dat Financiën geen gezamenlijk overzicht wil maken van rijksuitgaven die na een negatief oordeel doorgaan. In dit dossier ligt het probleem een stap eerder: wat het laatste onderzoek per uitvoeringsdienst heeft vastgesteld, staat niet in het gevraagde overzicht.
Heinen verwijst voor de onderzoeken naar het evaluatieoverzicht van Rijksfinanciën. De meest recente agentschapsevaluaties moeten daar voor het einde van het jaar aan worden toegevoegd.


