Welke subsidies en andere rijksuitgaven zijn de afgelopen vijf jaar slecht beoordeeld, maar toch ongewijzigd doorgegaan? Minister van Financiën Eelco Heinen beschikt niet over die telling en wil haar ook niet laten maken. Hij ziet er ‘geen aanleiding’ toe, schrijft hij in antwoorden die op 8 oktober zijn ontvangen.

Zelfstandig Kamerlid Mona Keijzer vroeg om een landelijk overzicht met per beleidsuitgave het bedrag, het oordeel van de laatste evaluatie en wat daarmee is gedaan. Heinen verwijst naar begrotingen, jaarverslagen en brieven van afzonderlijke ministers. Een overzicht dat die informatie samenbrengt, zegt hij niet toe.

Daarmee blijft de controle verspreid over beleidsterreinen. De Kamer mag jaarlijks beslissen over het geld, maar krijgt geen gezamenlijke telling van regelingen die na een negatief oordeel zonder verandering doorgaan. Voor dat ontbrekende overzicht is de ingewikkeldheid van beleid de reden om niet verder te tellen.

Onderzoeken voldoen aan regels, maar geven beperkt inzicht

De aanleiding is onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar achttien evaluatierapporten van zeven ministeries, verschenen in 2024 en 2025. Veel rapporten voldeden aan de formele eisen. Toch maakten ze lang niet altijd voor een groot deel van het onderzochte beleid duidelijk wat het opleverde en of dat tegen zo laag mogelijke kosten gebeurde.

Achttien geselecteerde evaluatierapporten uit 2024 en 2025. Aandeel rapporten dat voor een aanzienlijk deel van het onderzochte beleid inzicht geeft.
Wat is onderzocht?Aandeel
Bereikt het beleid zijn doel?56 procent
Wordt het resultaat tegen zo laag mogelijke kosten bereikt?22 procent

Het gaat om een selectie van rapporten, niet om een doorlichting van de hele rijksbegroting. Andere rapporten boden vaak gedeeltelijk inzicht. Het ontbrekende inzicht zit vooral in de kosten tegenover de resultaten. De Rekenkamer wijst onder meer op tekortschietend onderliggend onderzoek.

Heinen onderschrijft de conclusies. Hij voert aan dat beleid meerdere doelen kan dienen en voor het ene doel beter kan werken dan voor het andere. Soms kan onderzoek alleen aannemelijk maken dat een maatregel helpt. Daarom kan hij ook geen totaalbedrag noemen voor uitgaven waarvan de werking niet is aangetoond.

Een negatief oordeel is iets anders dan een ontbrekende meting

Keijzer vroeg juist om onderscheid tussen beleid dat negatief is beoordeeld en beleid waarvan het resultaat niet kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld doordat gegevens of duidelijke doelen ontbreken. Dat verschil bepaalt wat een zinvolle vervolgstap is: een slecht werkende regeling verbeteren of stoppen, of eerst zorgen dat het resultaat kan worden gemeten.

In het antwoorddocument is die vraag anders weergegeven dan in de oorspronkelijke vragen. Het deel over ontbrekende gegevens en doelen is verdwenen. Het antwoord zelf verwijst alleen terug naar de bestaande brieven en evaluatieagenda’s. Het gevraagde onderscheid wordt niet uitgewerkt.

De voorbereiding van de antwoorden maakt de keuze explicieter. In de ambtelijke beslisnota staat dat het landelijke overzicht naast de bestaande informatie ‘geen meerwaarde’ heeft. Het ministerie kiest dus voor de afzonderlijke stukken, terwijl de vraag juist is hoe de uitkomsten over de ministeries heen worden vergeleken.

Begrotingscontrole vraagt ook zicht op resultaat

Voor belastingvoordelen geldt in de begrotingsregels als uitgangspunt dat een negatief beoordeelde regeling wordt afgeschaft of aangepast, tenzij behoud wordt gemotiveerd. Voor gewone uitgaven bestaat diezelfde regel niet. Heinen wijst op een wezenlijk verschil: de Kamer moet de uitgaven elk jaar via de begroting goedkeuren. Belastingvoordelen hebben doorgaans niet zo’n jaarlijks beslismoment.

Dat geeft de Kamer een concrete mogelijkheid om in te grijpen. De Rekenkamer constateert tegelijk dat beschikbare evaluaties weinig terugkomen in debatten. Van tien onderzochte rapporten die voor een debat op de agenda stonden, werd er in twee debatten daadwerkelijk naar verwezen. Ministers kondigen doorgaans wel verbeteringen aan; of die ook zijn uitgevoerd, heeft de Rekenkamer in dit onderzoek niet nagegaan.

Goede evaluaties zijn ook nodig om publieke voorzieningen tegen willekeurige bezuinigingen te beschermen. Bij 44 procent van de onderzochte rapporten waren besparingsopties volgens de Rekenkamer generieke kortingen, zonder aansluiting op de analyse van het beleid. Dan wordt minder geld uitgeven voorgesteld zonder dat het onderzoek laat zien welke aanpak beter werkt.

Het belang van resultaatmeting is concreet zichtbaar bij de gemeentelijke aanpak van te hoge huren. Het Rijk heeft daar geld voor beschikbaar gesteld, maar mist een landelijk overzicht van hoeveel huurders daardoor minder zijn gaan betalen. Dat is een afzonderlijk dossier: de bescherming die op papier bestaat, is nog niet hetzelfde als een gemeten verbetering voor huurders.

Heinen laat de regels voor beleidsevaluaties onderzoeken en wil daarna verbeteringen voorstellen. Die toezegging deed hij al in zijn reactie op de Rekenkamer in april. Voor de gevraagde telling van negatief beoordeelde uitgaven blijft zijn antwoord een afwijzing.