Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel wijst een verzoek af om de politie politieke uitspraken van Angelo Delsen te laten toetsen. Hij antwoordt op vragen van Annelotte Lammers, Tweede Kamerlid voor Groep Markuszower. Volgens Van Weel zijn de aangehaalde uitspraken gedaan vanuit Delsens politieke functie en niet als politiemedewerker.
Lammers vroeg of Delsens verwijzingen naar “radicaal socialisme” en “strijden tegen extreemrechts” te verenigen zijn met de neutraliteit die van een politieambtenaar wordt verwacht. Zij wilde dat de politie zijn publieke uitlatingen en de combinatie van politieambt en politieke functie aan de geldende regels zou toetsen en de Kamer over de uitkomst zou informeren.
Neutraal op het werk, ruimte voor politiek debat
Van Weel benadrukt dat politiemedewerkers zich bij hun optreden in uniform en in contact met het publiek neutraal moeten opstellen. Persoonlijke overtuigingen en politieke voorkeur mogen hen daarbij niet leiden. Dat volgt volgens de minister uit de beroeps- en gedragscode.
Tegelijk wijst hij op de vrijheid van meningsuiting. Een politiemedewerker mag volgens Van Weel in privétijd deelnemen aan het maatschappelijke of politieke debat. De uitspraken in het aangehaalde artikel zijn volgens hem daarom niet in strijd met de gedragscode.
Delsen is fractievoorzitter van de SP in de Amsterdamse gemeenteraad. De gemeente vermeldt zijn werk als operationeel expert bij de Nationale Politie als betaalde nevenfunctie.
Voor volksvertegenwoordigers weegt de ruimte om zich politiek uit te spreken volgens Van Weel nog zwaarder, ook als het debat scherp wordt gevoerd. Hij verdedigt het gemeenteraadslidmaatschap als nevenfunctie naast ander werk: daarmee blijft de lokale volksvertegenwoordiging volgens hem geworteld in de samenleving.



