Hoeveel antisemitisme, bedreiging en intimidatie bij de Universiteit Maastricht wordt gemeld, kan onderwijsminister Rianne Letschert niet zeggen. Zij heeft geen overzicht van meldingen bij afzonderlijke instellingen en wijst op privacyregels. Maar de universiteit publiceert al wel aantallen meldingen van discriminatie en andere vormen van ongewenst gedrag.

Dat blijkt uit een vergelijking van het nieuwe kabinetsantwoord met de eigen meldingsverslagen van Maastricht. Het vastleggen van iemands godsdienst, het vertrouwelijk behandelen van een klacht en het publiceren van anonieme cijfers zijn verschillende zaken. In het antwoord worden die verschillen niet uitgewerkt.

Annette Raijer (PVV) vraagt naar meldingen sinds 2022 en naar een onafhankelijk onderzoek naar de bescherming van Joodse en Israëlische studenten. Aanleiding is de onrust rond een videopost van een student uit Gaza en kritiek op het universiteitsbestuur.

Vijf discriminatiemeldingen in openbaar verslag

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de universiteit in haar jaarverslag Sociale Veiligheid voor studenten over 2025 vijf discriminatiemeldingen vermeldt, op een totaal van 104 meldingen. Het verslag beschrijft ook meldingen van intimidatie, agressie, pesten en seksueel geweld.

Hoeveel van die vijf meldingen over antisemitisme gingen, staat er niet bij. De cijfers betreffen alleen de zaken die rechtstreeks bij de studentvertrouwenspersonen zijn binnengekomen en door hen zijn behandeld. Ze zijn geen totaaloverzicht van alle incidenten, studenten en medewerkers op de universiteit.

Het verslag laat ook een concreet privacyprobleem zien. Studieadviseurs en universiteitspsychologen gaven nog eens 70 meldingen door. Door de vertrouwelijkheid is niet te bepalen welke daarvan ook al bij het team Sociale Veiligheid bekend zijn. Daarom worden die 70 niet bij de 104 opgeteld. De universiteit wil de registratie verbeteren om met behoud van vertrouwelijkheid meer inzicht te krijgen.

Religie vastleggen is iets anders dan meldingen tellen

Letschert schrijft dat instellingen geen mogelijkheid hebben om antisemitische incidenten te registreren. Als reden noemt zij het verbod op het vastleggen van bijzondere persoonsgegevens, zoals religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen.

De Europese privacywet beschermt gegevens over religie extra streng. Ze mogen alleen onder specifieke wettelijke voorwaarden worden verwerkt. Volledig anonieme cijfers vallen buiten de AVG. Daaruit mag ook indirect niet blijken om wie het gaat. Het verzamelen van herkenbare meldingen en het daarna anoniem maken blijft wel aan privacyregels gebonden.

Een lijst met de religie van studenten is dus niet hetzelfde als een anoniem overzicht van gemelde discriminatie. De eigen verslagen van Maastricht laten zien dat de universiteit meldingen al naar soort publiceert. Waarom het antwoord geen onderscheid maakt tussen zulke cijfers en een registratie van religie, legt de minister niet uit.

Geen extra onafhankelijk onderzoek

Letschert ziet geen meerwaarde in een nieuw onderzoek naar de bescherming van Joodse en Israëlische studenten. Zij verwijst naar eerder onderzoek naar meld- en klachtvoorzieningen en naar adviezen van de Taskforce Antisemitismebestrijding, waarmee instellingen aan de slag zijn.

Voor studenten die zich onveilig voelen, telt niet alleen of een meldpunt bestaat. Ook moet duidelijk worden welke meldingen binnenkomen en wat ermee gebeurt. Een cijfer over discriminatie in het algemeen beantwoordt nog niet de vraag welke problemen Joodse en Israëlische studenten melden en hoe de universiteit daarop reageert.

De strafrechtelijke beoordeling van de videopost staat daar los van. Het OM zag geen strafbare feiten. Het Bericht beschreef eerder waarom de privévideo geen grond was voor een kabinetsmaatregel tegen de universiteit. De plicht om studenten veilig te laten studeren blijft bestaan. Volgens Letschert vervolgt de betrokken student zijn studie inmiddels via een individueel traject buiten de universiteitslocaties.