Een student alvast vastzetten om een vermeende terreurclaim te onderzoeken: die route biedt vreemdelingenbewaring niet. Minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie benadrukt dat in zijn antwoorden over een student van de Universiteit Maastricht. Politieonderzoek had inmiddels geen betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023 aan het licht gebracht. Het Openbaar Ministerie zag ook geen strafbare feiten.

Kamerleden Annelotte Lammers en René Claassen van Groep Markuszower vroegen op 28 september om de student vooruitlopend op onderzoek in vreemdelingenbewaring te plaatsen. Zo wilden zij onderduiken of vertrek voorkomen. Ook vroegen zij om onmiddellijke intrekking van zijn verblijfsvergunning en uitzetting van hem en eventuele meegereisde gezinsleden.

Het verzoek legt een wezenlijk verschil bloot tussen onderzoek naar een verdenking en de bevoegdheid iemand zijn vrijheid af te nemen. Vreemdelingenbewaring is geen middel om iemand beschikbaar te houden terwijl een strafrechtelijke beschuldiging wordt uitgezocht.

De verdenking is onderzocht

De ophef ontstond na een inmiddels verwijderde videopost van een student uit Gaza. In de berichtgeving werd die post opgevat als een aanwijzing dat hij bij de Hamas-aanslagen betrokken was. Het OM meldde op 2 oktober dat dit niet uit het onderzoek naar de student en de video bleek.

Het parket Limburg besloot in overleg met het Landelijk Parket en de politie geen verder strafrechtelijk onderzoek te beginnen. De conclusie betrof niet alleen deelname aan een aanslag: het OM vond ook geen strafbaar verheerlijken van terrorisme of opruiing.

Toen Van den Brink op 7 oktober antwoordde, was die uitkomst dus al bekend. De minister wijst daar herhaaldelijk op bij de verzoeken om onderzoek, bewaring en uitzetting. Een politieke verdenking is daarmee getoetst door de instanties die strafbare feiten onderzoeken; hun bevinding ondersteunt de gevraagde ingrepen niet.

Bewaring moet een wettelijk doel dienen

De Vreemdelingenwet koppelt bewaring voor uitzetting aan dat doel en aan specifieke voorwaarden. Wie rechtmatig hier verblijft op grond van een gewone verblijfsvergunning valt niet onder die bewaringsgrond. Eerst moet er een wettelijke reden zijn om dat verblijfsrecht te beëindigen en moet vertrek aan de orde zijn. Ook daarna volgt bewaring niet vanzelf.

Dat is de grens aan het verzoek om de student alvast vast te zetten. Het onderzoeken van een vermeende betrokkenheid bij terrorisme geeft deze vorm van bewaring geen ander doel. Strafrechtelijk onderzoek heeft eigen bevoegdheden en voorwaarden; het vreemdelingenrecht kan die niet vervangen.

Over het persoonlijke verblijfsdossier doet Van den Brink geen mededelingen. Hij beschrijft de algemene voorwaarden. Nieuwe relevante informatie kan voor de IND aanleiding zijn om het verblijfsrecht te beoordelen, maar intrekking vereist een wettelijke grond in het individuele geval. Ook de positie van eventuele gezinsleden moet afzonderlijk worden beoordeeld.

Die individuele beoordeling beschermt mensen tegen een ingreep die uitsluitend op publieke ophef of een politieke eis berust. Het gaat om vrijheidsverlies en het recht om hier te blijven, niet om een symbolische afkeuring van een uiting.

Schorsing was ook bedoeld om de student te beschermen

De Universiteit Maastricht schorste de student voorlopig nadat de videopost bekend werd. Volgens het kabinetsantwoord gebeurde dat vanwege mogelijke onrust onder studenten en medewerkers én ter bescherming van de student zelf. Van den Brink stelt dat de universiteit daarmee haar zorgplicht heeft vervuld.

De universiteit schreef op 2 oktober dat zij eerder die week met hem had gesproken. Hij was volgens die verklaring zeer ontdaan over de ophef en sprak van een misverstand. De UM kondigde gesprekken met hem en andere betrokkenen aan over hoe hij op korte termijn weer in een veilige omgeving kon studeren.