Dat schrijven minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma aan SP-Kamerlid Sarah Dobbe. Zij vroeg naar berichten over Israëlische aanvallen op waterinstallaties en het vernielen van woningen en infrastructuur in Zuid-Libanon.
In hun op 5 oktober ontvangen antwoorden bespreken de ministers de bescherming van burgers en civiele voorzieningen onder het humanitair oorlogsrecht. Voor een oordeel over specifieke gevallen ontbreekt volgens hen voldoende informatie. Dat herhalen zij bij de vraag of het ontzeggen van water aan een bevolking een oorlogsmisdrijf is.
Voor het versterken van de capaciteit van het Libanese nationale comité voor humanitair oorlogsrecht heeft Nederland volgens de ministers 1,2 miljoen euro vrijgemaakt. Daarnaast noemen zij 450.000 euro voor de missie naar Libanon van het VN-mensenrechtenbureau OHCHR. De steun moet helpen bij bewijsvergaring over mogelijke schendingen van het oorlogsrecht. De bedragen zijn niet uitsluitend bestemd voor onderzoek naar waterinstallaties.
Het kabinet benadrukt het belang van gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke misdrijven. De beantwoording bevat geen uitkomst van zo’n onderzoek naar de gemelde wateraanvallen.
Herstel is onderdeel van breder waterbeheer
Nederland stelt daarnaast 11 miljoen euro beschikbaar voor duurzaam waterbeheer in Libanon gedurende vier jaar. Een deel gaat volgens de beantwoording naar herstel van beschadigde drinkwaterinfrastructuur in zwaar getroffen gebieden in Zuid-Libanon.
Dit bedrag was al op 3 september aangekondigd tijdens Sjoerdsma’s bezoek aan Libanon. Het door UNICEF uit te voeren programma omvat ook het versterken van overheidsinstellingen en de voorbereiding op droogte, waterschaarste en overstromingen. De 11 miljoen euro is dus niet volledig een herstelbudget voor oorlogsschade.
Daarnaast steunt Nederland humanitaire organisaties die in Libanon onder meer water- en sanitaire voorzieningen leveren. De ministers noemen de Dutch Relief Alliance, het Nederlandse Rode Kruis, UNICEF en UNHCR. Zij schrijven dat vernietiging van civiele infrastructuur volgens hulporganisaties de hulpverlening bemoeilijkt.



