Een paar uur huishoudelijke hulp kan bepalen hoeveel een partner of kind zelf moet overnemen. Dat laat Meldpunt Actueel zien in een reportage die MAX op 7 november publiceerde. Yvonne (79) kan haar huis niet zelf schoonmaken. Haar man Joop (88) zorgt al voor haar. Zij vrezen dat er te veel op zijn schouders terechtkomt als de hulp wegvalt.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het kabinet de verschuiving naar duurdere zorg al heeft meegerekend, terwijl het onderliggende onderzoek óók waarschuwt voor meer druk op schaarse verzorgenden en verpleegkundigen. Wij vergeleken de begrotingsantwoorden met het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 en de doorrekening van het Centraal Planbureau. Wat op de gemeentelijke hulp wordt bespaard, verdwijnt voor een deel naar andere zorgpotten. Daarnaast verschuift werk naar gezinnen.

Wat er achter de €435 miljoen besparing zit

Het kabinet wil huishoudelijke hulp vanaf 2029 niet langer als individuele voorziening uit de Wet maatschappelijke ondersteuning vergoeden. De maatregel is nog geen ingevoerde wet. In de begrotingsantwoorden van oktober staat wel al hoe het kabinet de jaarlijkse besparing berekent.

Kabinetsraming vanaf 2029, in miljoenen euro’s per jaar. Min betekent lagere overheidsuitgaven, plus hogere.
OnderdeelBedrag
Huishoudelijke hulp via gemeenten−1.440
Vangnet voor huishoudelijke hulp+430
Langdurige zorg (Wlz)+660
Zorg via de zorgverzekering (Zvw)−85
Besparing na deze verschuivingen−435

De €660 miljoen is dus al van de besparing afgetrokken. De lagere uitgaven via de zorgverzekering hangen samen met de overstap naar langdurige zorg: een deel van de zorg wordt dan uit de Wlz betaald. De tabel beschrijft overheidsuitgaven, niet de rekening die mensen straks zelf krijgen voor een particuliere hulp.

Een schoonmaakhulp vervangen vraagt andere mensen

Het Houdbaarheidsonderzoek uit november 2025 beschrijft een verschuiving naar zelf betaalde hulp, mantelzorg en zwaardere zorg. Bij kwetsbare mensen kunnen vereenzaming en een vervuild huis eraan bijdragen dat eerder verpleeghuiszorg nodig wordt.

Daar zit ook een personeelsprobleem. De analyse verwacht minder vraag naar huishoudelijke hulpen en meer naar verzorgenden en verpleegkundigen, bij wie de tekorten groter zijn. Huishoudelijke hulpen beschikken volgens het onderzoek vaak niet over de beroepskwalificaties voor ander zorgwerk. Eerder beschreven we hoe gezondheidsproblemen het werk van bijna één op de drie verzorgenden bemoeilijken.

De financiële uitkomst hangt sterk af van de aannames over wat mensen doen wanneer hun hulp wegvalt. Het onderzoek uit 2025 bouwt voor die inschatting voort op een SCP-simulatie uit 2019, met aangepaste aannames. Het CPB rekende in februari bij zijn eigen invulling voor 2030 met €1,5 miljard extra Wlz-uitgaven. Dat is een andere doorrekening dan de kabinetsraming van €660 miljoen. Het CPB schrijft dat de verdeling tussen zorgwetten anders uitvalt als de maatregel anders wordt ingevuld.

Het vangnet moet nog worden afgebakend

Wie hulp niet zelf kan regelen of betalen, moet volgens het kabinet ondersteuning van de gemeente blijven krijgen. Maar minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk kon in de oktoberantwoorden nog niet aangeven welke inkomens- en vermogensgrenzen daarvoor gaan gelden. Het wetsvoorstel staat gepland voor het derde kwartaal van 2027.

Zelf hulp regelen is bovendien iets anders dan zelf betalen. Met een Wmo-persoonsgebonden budget kunnen mensen nu zelf een hulpverlener kiezen, terwijl de gemeente de ondersteuning financiert. Het kabinetsplan raakt juist de publieke vergoeding van huishoudelijke hulp.

De invulling van het vangnet bepaalt hoeveel werk en kosten bij mensen thuis belanden. In de antwoorden over het coalitieakkoord schrijft het kabinet dat het geen extra druk op gemeentelijke armoede- en schuldenregelingen heeft ingerekend. Daarbij verwijst het naar het beloofde vangnet. De berekening veronderstelt dus dat die bescherming voldoende voorkomt dat mensen door zelf betaalde hulp bij zulke regelingen aankloppen.

Meer steun beloven, minder hulp vergoeden

Het kabinet wil mantelzorgers ook ontlasten. De Mantelzorgagenda, die op 9 oktober werd gepresenteerd, bevat onder meer steun voor logeerzorg en het tijdelijk overnemen van zorgtaken. Gemeenten krijgen daarvoor extra geld. Ook worden mogelijkheden voor mantelzorgverlof onderzocht.

Een logeerplek geeft een mantelzorger tijdelijk rust. Het wekelijkse schoonmaakwerk blijft bestaan. Als familieleden dat overnemen, kost dat hun tijd; als zij minder betaald gaan werken, ook inkomen. Het onderzoek uit 2025 verwacht door het extra beroep op mantelzorg een beperkt negatief effect op de hoeveelheid betaald werk. De financiële besparing voor de overheid vertelt daarmee slechts een deel van het verhaal over wie de lasten draagt.