Uit onderzoek van Het Bericht in de nieuwe CBS-brongegevens blijkt dat de daling ook in 2025 doorging: bijna 6 procent minder budgethouders dan een jaar eerder. Het CBS bracht op 22 oktober een nieuwe Wmo-monitor uit. Het bijbehorende nieuwsbericht gebruikte voor het eigen budget nog cijfers over 2024; in de achterliggende tabel staat inmiddels ook 2025.
Met een persoonsgebonden budget, meestal afgekort tot pgb, kunnen mensen zelf hun begeleiding, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning regelen. Ze kiezen bijvoorbeeld een hulpverlener die bij hun dagelijks leven past. Het geld voor deze hulp krijgen ze niet op hun eigen rekening: de Sociale Verzekeringsbank betaalt de zorgverlener.
| Jaar | Budgethouders |
|---|---|
| 2017 | 66.300 |
| 2021 | 48.870 |
| 2024 | 35.525 |
| 2025* | 33.480 |
De daling sinds 2017 bedraagt 49,5 procent. Het gaat om alle gebruikers van een Wmo-pgb gedurende het jaar, ook mensen die daarnaast een budget uit een andere zorgwet hebben. Wie op één vaste datum telt, of alleen mensen met uitsluitend een Wmo-budget meetelt, komt op andere aantallen uit.
Een deel van de hulp verhuist
Voor een deel verandert vooral wie de hulp betaalt. Sinds 2021 kunnen volwassenen die blijvend intensieve zorg nodig hebben vanwege een psychische stoornis toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg, de Wlz. Een onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid uit 2023 noemt die overstap als verklaring voor de extra daling van Wmo-budgetten in 2021.
Daar kan iemand opnieuw een eigen budget krijgen. Het aantal Wlz-budgethouders steeg tussen 2017 en 2025 van 45.240 naar 74.410. Die groei is geen telling van alle overstappers uit de Wmo. De cijfers laten wel zien waarom minder Wmo-budgetten niet hetzelfde is als evenveel mensen die hun eigen hulp kwijtraken.
Het onderzoek uit 2023 beschreef ook grote verschillen tussen gemeenten in de toegang tot een pgb. Het keek naar cijfers tot en met 2021 en geeft geen verklaring voor iedere vertrokken budgethouder. De nieuwste cijfers laten zien dat de krimp daarna verderging.
De keuze begint bij duidelijke informatie
Voor wie hulp vanuit de Wmo nodig heeft, bestaat de keuze tussen een eigen budget en hulp van een aanbieder waarmee de gemeente een contract heeft. Dat laatste heet zorg in natura. Wie voor een eigen budget kiest, moet onder meer kunnen uitleggen waarom en het budget verantwoord kunnen beheren, eventueel met hulp van een vertegenwoordiger.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de voorlichting daarover niet altijd aansluit op de gemeentelijke regels. Op de Wmo-website van Zeist staat dat iemand moet uitleggen waarom de zorg via de gemeente minder geschikt is. De eigen verordening vraagt bij de Wmo alleen om een motivatie waarom iemand een pgb wenst. De zwaardere eis, uitleggen waarom zorg in natura niet passend is, staat daarin bij de Jeugdwet.
Zo krijgen Wmo-aanvragers op de website een strengere voorwaarde voorgelegd dan in de eigen verordening staat. Die vergelijking gaat over de informatie voor inwoners; hoeveel mensen hierdoor van een aanvraag afzien is niet bekend. Goede voorlichting is juist nodig voordat iemand een hulpverlener kiest of een aanvraag doet.
Zelf kiezen vraagt ook veel regelwerk
Een eigen budget brengt contracten, administratie en soms werkgeversverplichtingen mee. De Sociale Verzekeringsbank waarschuwde in 2025 dat die taken voor budgethouders te ingewikkeld en belastend worden. Ook verschillen tussen gemeenten en zorgwetten kunnen problemen geven als iemand verhuist of onder een andere regeling terechtkomt.
Een concreet knelpunt is de afgezegde dienst: een oproepkracht kan recht op loon houden als een dienst kort van tevoren wordt geschrapt. Uit het pgb mag alleen geleverde zorg worden betaald. De zorgverlener heeft dan recht op betaling, maar de budgethouder kan daarvoor het zorgbudget niet gebruiken.
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk erkende dit probleem in juni. Zij kondigde onderzoek aan naar een oplossing voor de spanning tussen arbeidsrecht en zorgregels. Ook wil zij de voorwaarden voor een bewuste keuze voor een pgb verder uitwerken. De Kamer moet eind dit jaar horen welke oplossingen voor het werkgeverschap mogelijk zijn.
