Verzorgenden helpen anderen met wassen, aankleden en dagelijkse zorg, terwijl hun eigen gezondheid het werk vaak moeilijker maakt. Volgens nieuw onderzoek van het CBS ondervindt bijna 31 procent hinder van een langdurige ziekte, aandoening of handicap. Daarmee behoren verzorgenden tot de beroepen waarin dat het vaakst voorkomt.

De cijfers, gepubliceerd op 29 oktober, zijn gebaseerd op werknemersgegevens uit 2023 tot en met 2025. Ruim 25 procent van de verzorgenden meldt lichte hinder en bijna 6 procent sterke hinder. Het gaat om mensen die werken, niet om een ziekteverzuimpercentage.

Meer uren vragen is maar een deel van de oplossing

Het kabinet wil personeelstekorten in de zorg onder meer verkleinen door deeltijdmedewerkers grotere contracten aan te bieden. Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk wees in juni op eerdere proeven waarin medewerkers gemiddeld 4,7 uur per week extra gingen werken.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat dit gemiddelde geldt voor de medewerkers die hun contract uitbreidden, niet voor alle deelnemers. In de onderliggende analyse van Social Finance NL ging gemiddeld 9 procent van de betrokken medewerkers meer werken. Bij die groep kwam er 4,7 uur per week bij.

Die uitkomst laat zien dat grotere contracten extra zorguren kunnen opleveren. De proeven duurden zes maanden; uitbreidingen daarna zijn niet meegeteld en de handmatige registratie was waarschijnlijk onvolledig. Het onderzoek beschrijft dus een eerste opbrengst, geen bovengrens aan wat haalbaar is.

Een groter contract vraagt ook ander werk

De nieuwe gezondheidscijfers maken zichtbaar waarom het personeelstekort niet alleen een kwestie is van beschikbare uren op papier. Wie al hinder ondervindt bij het werk, heeft ook werk nodig dat vol te houden is. Hoeveel verzorgenden met gezondheidsproblemen extra uren willen of aankunnen, meet het CBS-onderzoek niet.

Een groter contract hoeft bovendien niet neer te komen op vaker opdraven. Het eerdere programma Contractuitbreiding in de Zorg werkte ook met langere, beter voorspelbare diensten en minder losse werkdagen. In de onderzochte teams kregen daardoor ook medewerkers die hun contract niet uitbreidden meer rust in hun rooster, beschrijft Social Finance NL.

Daar ligt een verantwoordelijkheid bij werkgevers: niet alleen vragen wie langer wil werken, maar ook zorgen dat het werk past bij de mensen die het doen. Dat raakt de continuïteit van de zorg. Het eerdere onderzoek beschrijft ook hoe lastig het voor organisaties was om de aanpak na de proeven zelfstandig voort te zetten: daarvoor ontbraken soms tijd, mensen of middelen.

Gezond werken staat al in het beleid

Het kabinet erkent die kant van het personeelstekort. In dezelfde brief noemt Sterk gezond en veilig werken een voorwaarde voor personeelsbehoud. VWS steunt een preventieplan tegen verzuim en ongewenst vertrek. Het lopende programma Meer uren werkt onderzoekt daarnaast onder meer andere roosters, anders verdeelde taken en werk dat beter te combineren is met kinderen of mantelzorg.

Volgens de planning in de brief worden de eerste onderzoeksuitkomsten van die nieuwe proeven in de eerste helft van 2027 verwacht. Dan moet duidelijker worden welke veranderingen deeltijdmedewerkers daadwerkelijk helpen om meer te werken.