Minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans schrijft dat aan de CDA-Kamerleden Luciënne Boelsma-Hoekstra en Harmen Krul. Zij vroegen naar de gevolgen van de gewichtsbeperking en de eerdere kennis over de staat van de bruggen.
Bij inspecties in 2019 waren de betonnen aanbruggen al als matig beoordeeld. Onderzoek naar zwaarder verkeer, deels uit 2015 en aangevuld in 2020, wees volgens de minister uit dat dit verkeer voor deze brugdelen geen probleem vormt als de betonconstructie en voegovergangen tijdig worden onderhouden. Dat onderhoud is wel geprogrammeerd, maar door het tekort aan middelen en personele capaciteit nog niet uitgevoerd.
De gemelde scheurtjes zitten in andere onderdelen: de stalen vallen, de beweegbare brugdekken boven de schutkolken. Daarvoor luidde de conclusie in 2019 nog dat er geen risico was. Het risico op scheurvorming werd volgens Karremans in 2024 voor het eerst bekend. Daarna volgden extra inspecties, een windkrachtbeperking en spoedherstel. Vervanging van de stalen vallen staat in de planning voor vernieuwing.
Circa duizend zware voertuigen moeten omrijden
Rijkswaterstaat heeft de ingangsdatum van de beperkingen vastgesteld op 21 oktober 2026. Op de Houtribdijk, ook Markerwaarddijk genoemd, gaat dan een maximumgewicht van 15 ton en een maximale aslast van 7,3 ton gelden. Personenauto's en ander toegestaan verkeer kunnen de route blijven gebruiken. Rijkswaterstaat waarschuwt dat de beperking jaren kan duren.
Het kabinet schat dat circa duizend voertuigen per dag de voorgenomen gewichtsgrens overschrijden, ongeveer vijfhonderd per rijrichting. Precieze gegevens over het aantal vrachtwagens boven 15 ton ontbreken. Als de helft via Amsterdam gaat en de helft via de Afsluitdijk, komen er naar schatting op zowel de A6 als de A7 gemiddeld ongeveer 250 vrachtwagens per dag en per rijrichting bij.
Onder die aanname groeit het vrachtverkeer op de A6 tussen Lelystad en Almere met ongeveer 6 procent. Voor de A7 bij Hoorn gaat het om ongeveer 6 procent in noordelijke en 5 procent in zuidelijke richting. Het zijn ramingen, geen gemeten effecten van de nog in te voeren beperking.
Welke extra maatregelen de hinder moeten beperken, staat in de antwoorden nog open. Rijkswaterstaat overlegt met bedrijven, bestuurders en een koepelvereniging. Op basis daarvan wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen en een bereikbaarheidsplan nodig zijn. Ook een analyse van de gevolgen voor het bredere wegennet is nog voorwaardelijk.
Karremans wijst op de 1,5 miljard euro extra voor instandhouding die het kabinet met Prinsjesdag heeft aangekondigd. Maar ook met extra geld kan de landelijke onderhoudsopgave volgens hem niet op korte termijn en met de beschikbare mensen en middelen worden opgelost. De Kamer krijgt op korte termijn informatie over de keuzes tussen onderhoud, vernieuwing en nieuwe aanleg.



