Na de dood van een 51-jarige man bij zijn aanhouding in Rotterdam is nog niet openbaar bevestigd of bodycambeelden van alle betrokken agenten zijn veiliggesteld. Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel geeft daarover geen uitsluitsel. Hij verwijst naar het lopende onderzoek van de Rijksrecherche.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat het Openbaar Ministerie al op 18 september meldde dat camerabeelden waren veiliggesteld. Welke camera’s die beelden hadden gemaakt, stond er niet bij. Het nieuwe antwoord vult dat niet aan: Van Weel schrijft alleen dat beschikbare beelden kunnen worden onderzocht, waaronder opnamen van bodycams.
Wat er aan de aanhouding voorafging
De man overleed op 12 september na een aanhouding aan de Vaarnerkamp. Agenten hadden een melding gekregen over een gestolen fatbike. Het OM verduidelijkte zes dagen later dat die melding wel een rol speelde bij de controle, maar niet de directe aanleiding was om de man staande te houden. Dat was volgens het OM zijn hoge snelheid op een fatbike.
Toen hij zich niet kon identificeren, wilde een agent hem fouilleren om zijn identiteit vast te stellen. Volgens de eerste onderzoeksbevindingen ging de man ervandoor, volgde een korte achtervolging en verzette hij zich bij zijn aanhouding. Hij werd onwel. Agenten begonnen met reanimeren en gebruikten een AED. De doodsoorzaak kon op 18 september nog niet worden vastgesteld.
Het OM kondigde toen verder onderzoek aan naar de handelingen van de agenten en de doodsoorzaak. Beelden, verklaringen en sporen moeten samen duidelijk maken wat er is gebeurd.
Welke beelden zijn beschikbaar?
D66-Kamerleden Mahjoub Mathlouti en Mpanzu Bamenga vroegen expliciet naar het veiligstellen van bodycambeelden van alle agenten die bij de achtervolging en aanhouding betrokken waren. Dat zijn camera’s die agenten op hun kleding dragen. De minister bevestigt niet of zulke opnamen in deze zaak bestaan en beschikbaar zijn voor de onderzoekers.
Dat is van belang omdat beelden de volgorde van gebeurtenissen kunnen helpen vaststellen: wanneer iemand onwel raakt, hoe agenten daarop reageren en wanneer hulp wordt ingeschakeld. Van Weel schrijft dat agenten tijdens een aanhouding iemands toestand moeten blijven volgen en het gebruik van geweld steeds opnieuw moeten afwegen. Bij mogelijke acute medische nood moeten zij direct medische hulp inschakelen en, als dat mogelijk en veilig is, eerste hulp verlenen.
De toets op politiegeweld en de uitleg daarover zijn verschillende zaken. Ook bij het optreden tegen een zwangere vrouw in Zeist speelde de vraag welke bevindingen openbaar worden. Daar ging het om een interne beoordeling door de politie; in Rotterdam onderzoekt de Rijksrecherche het overlijden onder leiding van het OM.
Geen datum voor de uitkomst
De Kamerleden vroegen of het onderzoek waar mogelijk binnen zes maanden kan worden afgerond. Van Weel noemt geen termijn: hij laat de benodigde onderzoekstijd aan het OM. Ook de bekendmaking van resultaten legt hij daar neer. Op hun verzoek om de Kamer na afloop over bevindingen en lessen voor politietraining te informeren, doet hij geen eigen toezegging.


