Een boer die minder wil uitstoten, moet kunnen investeren in zijn bedrijf. Maar juist die stap loopt vast als onduidelijk blijft welke vergunning nodig is, waar strengere regels gaan gelden en of een andere manier van boeren nog genoeg oplevert. Het nieuwe onderzoek van de Nationale ombudsman laat zien dat de onzekerheid ook boeren treft die willen veranderen.

De ombudsman sprak met 32 boeren en 25 betrokken partijen, waaronder boerenorganisaties, wetenschappers en Natuurmonumenten. Hij concludeert dat de overheid boeren de afgelopen tien jaar onvoldoende houvast heeft gegeven. Dat heeft volgens hem niet alleen bedrijven en gezinnen geraakt, maar ook vernieuwingen tegengehouden die de landbouw duurzamer kunnen maken.

Een betere stal, maar geen vergunning

In het rapport vertellen twee melkveehouders bij een beschermd natuurgebied dat zij hun stal willen aanpassen voor het dierenwelzijn en de uitstoot willen verlagen. Naar eigen zeggen kunnen zij de benodigde vergunning niet aanvragen vanwege de stikstofuitstoot. De onderzoekers noemen hen Harold en Linda; de namen van de geïnterviewde boeren zijn veranderd.

Ook extra grond biedt hun niet zomaar een uitweg. Zij willen minder dieren per hectare houden door meer land te gebruiken. De provincie biedt volgens hen grond aan die zij telkens maar voor één jaar kunnen pachten. Daarop kunnen zij geen bedrijfsplan voor de lange termijn baseren.

Die ervaringen maken het probleem concreet. Een investering in een stal gaat jaren mee. Een boerengezin moet daarvoor weten wat het bedrijf straks mag en kan verdienen. Als die duidelijkheid ontbreekt, raakt dat ook de omslag waarvan natuur, waterkwaliteit en dierenwelzijn moeten profiteren.

Duidelijkheid komt in stappen

De gesprekken voor het onderzoek vonden plaats tussen november 2025 en mei 2026. Het rapport beoordeelt daardoor niet de uitwerking van het nieuwe stikstofpakket. Minister van Landbouw Jaimi van Essen presenteerde dat in juni en stuurde op 3 november verdere plannen naar de Kamer. Hij wil boeren meer ruimte geven om zelf te bepalen hoe zij hun uitstoot verlagen en belooft ondersteuning bij de omschakeling. Ondernemers kunnen volgens de brief nu al op aanvraag een zaakbegeleider krijgen om hun plannen uit te werken.

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat belangrijke onderdelen van die beloofde duidelijkheid nog moeten volgen. Wij legden het ombudsmanrapport naast de nieuwe Kamerbrief en de bijbehorende planning. Provincies moeten in 2027 per gebied plannen afronden die nieuwe vergunningen helpen onderbouwen. De regels voor de zones rond kwetsbare natuur moeten volgens de planning vanaf de zomer van 2028 stapsgewijs ingaan.

Wat volgens de kabinetsplanning nog moet gebeuren
OnderdeelGeplande stap
Plannen die vergunningverlening per gebied onderbouwenGefaseerd vanaf maart 2027, afronding in 2027
Definitief programma Landbouw, Natuur en StikstofUiterlijk 30 juni 2027 vaststellen
Nieuwe regels voor de zones rond kwetsbare natuurVanaf zomer 2028 stapsgewijs in werking

Vergunningverlening moet volgens Van Essen al eerder, in 2027, per gebied op gang komen. Daarvoor moeten overheden kunnen aantonen dat de natuur voldoende wordt beschermd en hersteld. De plannen moeten dus niet alleen een boer zekerheid geven, maar ook waarmaken dat de druk op de natuur afneemt.

Hoe provincies hun gebieden mogen indelen, beschreven we eerder in ons artikel over de grenzen van stikstofzones en de eis van evenveel natuurherstel. Een andere grens op de kaart kan helpen, maar beantwoordt nog niet welke investering een afzonderlijk bedrijf kan doen.

De kosten van het wachten liggen op het erf

De overheid verlangt dat boeren hun bedrijf aanpassen. Dan moet zij ook zorgen dat vergunningen, grondbeleid en financiële steun op elkaar aansluiten. Anders blijft het risico van een verkeerde of te late investering bij het boerengezin liggen, terwijl de noodzakelijke verbetering van natuur en water eveneens wordt uitgesteld.

De ombudsman bepleit daarom vaste doelen voor de lange termijn en overheden die hun regels beter op elkaar afstemmen. Dat vraagt ook om eerlijkheid over ingrijpende keuzes: voor sommige bedrijven zal minder vee, verplaatsing of stoppen nodig zijn. Boeren moeten weten welke toekomst haalbaar is voordat zij daarvoor nieuwe schulden aangaan.