Boeren rond beschermde natuurgebieden moeten weten waar strengere landbouwregels gaan gelden. Minister Jaimi van Essen van Landbouw wil provincies ruimte geven om de grenzen aan te passen aan kavels en het landschap. Een andere aanpak moet wel aantoonbaar evenveel opleveren voor de natuur. Minder natuurherstel is voor hem geen aanvaardbare uitkomst.

Hij reageert op vragen van CDA-Kamerlid Jan Arie Koorevaar over de Overijsselse wens om geen overal even brede strook rond natuurgebieden te leggen. De provincie bepleit een grens die beter aansluit op wat een gebied nodig heeft.

De ruimte om af te wijken bestond al

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat aanpassing aan het landschap al in de uitwerking van het kabinetsplan van 26 juni stond. Ook toen waren andere grenzen langs kavels en landschapselementen mogelijk. Een eigen regionale aanpak moest volgens dat plan minstens evenveel natuurwinst opleveren, op tijd uitvoerbaar zijn en binnen het beschikbare geld passen. De nieuwe antwoorden zijn dus vooral een bevestiging van die voorwaarden.

De inzet uit juni is een zone van 500 meter rond ongeveer 85 stikstofgevoelige natuurgebieden en van 1.000 meter rond vijftien andere. De precieze selectie wordt met de provincies uitgewerkt. In de zones wil het kabinet onder meer minder dieren per hectare en beperkingen aan mest en gewasbeschermingsmiddelen. De regels zijn nog in voorbereiding; boeren krijgen ze niet met deze antwoorden opgelegd.

Water houdt zich niet aan een stikstofgrens

Een aangepaste grens hoeft ook geen kleiner gebied op te leveren. Voor herstel van de waterhuishouding kunnen maatregelen verder reiken dan 500 of 1.000 meter, schrijft Van Essen. Een beekloop of het grondwatersysteem kan daarvoor bepalend zijn. Ook dat stond al in de uitwerking van juni.

Dat verschil doet ertoe. Een verdroogd natuurgebied wordt niet vanzelf gezond als alleen de stikstofuitstoot daalt. Het Planbureau voor de Leefomgeving wees in september op het belang van maatregelen rond natuurgebieden om het grondwaterpeil te herstellen. De bescherming van planten en dieren vraagt dus meer dan een lijn op de kaart en een lager uitstootcijfer.

De overheersende windrichting gebruiken voor heel precieze zonegrenzen vindt Van Essen weinig realistisch. Wind en perceelsgrenzen kunnen veranderen, waardoor regels volgens hem te vaak opnieuw zouden moeten worden aangepast. Een duidelijke grens moet boeren ook zekerheid bieden over de regels waaronder hun bedrijf valt.

Een andere bedrijfsvoering moet te betalen zijn

Voor boeren kan minder vee op dezelfde grond betekenen dat zij extra land nodig hebben of anders moeten gaan verdienen. Het kabinet belooft ondersteuning bij de omschakeling. Het PBL waarschuwde in september dat de gevraagde investeringen niet voor alle bedrijven financieel haalbaar zijn. Alleen ruimte op de kaart biedt een boerengezin daarmee nog geen toekomst.

De overheid moet tegelijk kunnen aantonen dat de natuur daadwerkelijk herstelt. Anders blijft ook de beloofde ruimte voor nieuwe vergunningen onzeker. Van Essen kondigt voor dit najaar een nadere brief aan over de mogelijkheden om per gebied van de landelijke aanpak af te wijken.