Huiseigenaren die straks bij het vervangen van hun cv-ketel een warmtepomp moeten plaatsen, houden na subsidie een rekening van duizenden euro's over. Voor wie dat geld niet heeft, wijst het kabinet op lenen. Hoe de verplichting en de verdere ondersteuning eruitzien, werkt het pas in 2027 uit.
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan houdt vast aan het plan om vanaf 2029 in veel woningen een slimme hybride warmtepomp te verlangen als de oude cv-ketel wordt vervangen. Zij antwoordt daarmee op vragen van PVV-Kamerleden Alexander Kops en Jeremy Mooiman over de aanschafkosten en de druk op het stroomnet. De verplichting is nog geen geldende regel. Appartementen, monumenten en woningen die op korte termijn een warmtenet krijgen, zijn voorlopig als uitzonderingen voorzien.
€4.075 voor de pomp, meer met een nieuwe ketel
De minister geeft een prijsvoorbeeld van €6.200 voor een hybride warmtepomp van 4 kilowatt. Met ongeveer €2.125 subsidie resteert €4.075. De geraadpleegde informatie van Milieu Centraal bevestigt die bedragen: het gaat om een pomp met buitenunit, inclusief btw en plaatsing, bij een bestaande cv-ketel.
Het voorgenomen voorschrift grijpt juist aan wanneer een oude ketel wordt vervangen. Met een nieuwe ketel erbij noemt Milieu Centraal een totaal van ongeveer €8.300 vóór subsidie, of €6.175 erna. Ook zonder warmtepomp kost ketelvervanging geld. Het onderscheid is daarom tussen de extra investering in de pomp en het bedrag dat een huishouden voor de hele installatie moet financieren.
| Installatie | Vóór subsidie | Na €2.125 subsidie |
|---|---|---|
| Pomp bij bestaande cv-ketel | €6.200 | €4.075 |
| Pomp met nieuwe cv-ketel | €8.300 | €6.175 |
Dit zijn richtprijzen voor het gekozen voorbeeld. De omvang en isolatie van een huis bepalen mede welke pomp nodig is. Het subsidiebedrag hangt ook af van het apparaat; dit is geen vast bedrag voor iedere warmtepomp. Volgens uitvoerder RVO vraagt een eigenaar de subsidie pas na installatie aan. Het subsidiebedrag is dus geen directe korting op de factuur.
Renteloos lenen, met extra hulp als aflossen niet lukt
Voor huishoudens met een gezamenlijk verzamelinkomen tot €60.000 verwijst het kabinet naar een renteloze lening van het Nationaal Warmtefonds. Dat voorkomt rentekosten en maakt een investering zonder spaargeld mogelijk. Een gewone lening moet wel worden afgelost.
Het fonds heeft ook een regeling voor eigenaar-bewoners die onvoldoende ruimte hebben om de gewone maandlast te betalen. Als zij daarvoor in aanmerking komen, betalen zij de eerste vijf jaar zelf geen rente of aflossing. De aflossing wordt geboekt op een tweede leningdeel; de totale schuld blijft in die periode gelijk. Na vijf jaar beoordeelt het fonds opnieuw wat zij kunnen betalen. Bij blijvend onvoldoende ruimte loopt die ondersteuning door.
Bij verkoop van de woning moeten deze leningen in beginsel worden afgelost. Voor verkoopverlies en een resterende schuld op het tweede leningdeel aan het einde van de looptijd kent het fonds mogelijkheden tot kwijtschelding. Het verschil tussen gewone financiering en deze extra bescherming is van belang: een laag inkomen hoeft niet meteen een onbetaalbare maandelijkse aflossing te betekenen.
Later besparen vraagt nu om een toegankelijke investering
Een hybride pomp neemt een groot deel van de verwarming over van de gasgestookte ketel. Milieu Centraal noemt 60 tot 70 procent minder gasverbruik voor het verwarmen van de woning. De ketel blijft nodig, onder meer voor warm water en zeer koude dagen. Minder gasverbruik kan zo zowel de energierekening als de afhankelijkheid van aardgas beperken.
De verdelingsvraag zit bij de toegang tot die besparing. Wie spaargeld heeft, kan de aanschaf zelf betalen. Wie dat niet heeft, is aangewezen op een geschikte lening en ondersteuning. Bij verplicht verduurzamen moet die route ook daadwerkelijk bereikbaar zijn voor mensen met weinig financiële ruimte. Alleen wijzen op lagere kosten over vele jaren beantwoordt niet hoe zij de rekening bij installatie kunnen betalen.
Het kabinet verwijst voor financieringsmogelijkheden naar onderzoek dat De Nederlandsche Bank in 2024 publiceerde met gegevens uit 2023. Dat onderzoek rekent ook met lenen en benadrukt dat geld kunnen vrijmaken niet betekent dat eigenaren het in de praktijk doen. Voor de nieuwe warmtepompregels laat de minister nu apart onderzoeken in welke woonsituaties de investering binnen de levensduur wordt terugverdiend. Dat onderzoek moet begin 2027 klaar zijn.
Ook de beschikbare stroomcapaciteit telt mee bij de overgang naar elektrisch verwarmen. Het kabinet zet in op regelbare pompen die pieken kunnen beperken, terwijl het volle stroomnet op plekken de bouw van nieuwe woningen belemmert.
Na de besluitvorming in het voorjaar van 2027 wil de minister de precieze regels en ondersteuning bekendmaken. De wijziging van de bouwregels is voorzien voor medio 2028, met invoering vanaf 2029. Tot die tijd zijn de subsidie- en leenregelingen concreter dan de nieuwe verplichting zelf.
