Het Verwey-Jonker Instituut onderzoekt of hulp aan gezinnen werkt, hoe armoede doorwerkt en waar mensen tegen discriminatie aanlopen. Nu heeft het zelf betalingsuitstel aangevraagd. Op 5 november maakte het instituut bekend dat het verwacht zijn financiële verplichtingen niet langer te kunnen nakomen. Met een bewindvoerder wil het de activiteiten zoveel mogelijk voortzetten.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt hoe actueel de afhankelijkheid van die onderzoekscapaciteit is. Wij vergeleken de financiële stukken met een subsidieoproep van ZonMw. Voor een nieuwe studie naar huiselijk geweld en kindermishandeling mocht uitsluitend Verwey-Jonker een aanvraag indienen, samen met regionale Veilig Thuis-organisaties. Het besluit over die subsidie staat gepland voor medio november.
Blijft het veilig nadat hulp is ingezet?
De studie moet gezinnen en huishoudens na een melding bij Veilig Thuis tweeënhalf jaar volgen. De onderzoekers moeten vaststellen of het geweld stopt of afneemt, wat dat betekent voor kinderen en volwassenen en welke hulp daaraan bijdraagt. Voor de subsidieronde is maximaal €1.285.000 beschikbaar, naast verplichte financiële bijdragen van de deelnemende Veilig Thuis-organisaties.
Het is de vierde studie in een reeks die in 2009 begon. Voor deze ronde worden dertien Veilig Thuis-regio's benaderd die aan een eerdere meting deelnamen. Andere onderzoeksorganisaties mogen meewerken, maar de oproep wijst Verwey-Jonker aan als aanvrager. Ook de samenstelling en coördinatie van de begeleidingscommissie liggen volgens de voorwaarden bij het instituut.
Die kennis moet helpen de hulp aan gezinnen te verbeteren. Het Bericht beschreef eerder hoe meldingen bij Veilig Thuis West-Brabant lang op een veiligheidsbeoordeling wachtten. De geplande studie moet vaststellen of het geweld afneemt en welke hulp werkt. De resultaten moeten ook worden gebruikt voor landelijke en regionale informatie over huiselijk geweld en kindermishandeling.
Meer omzet voorkwam een groter verlies niet
Verwey-Jonker wijst in zijn mededeling op bezuinigingen op onderzoeksbudgetten en aanhoudende druk op de tarieven bij verschillende overheden. De jaarrekening over 2025 laat een bredere financiële geschiedenis zien. De omzet steeg met ruim tien procent naar €7,9 miljoen, maar het verlies liep op van €135.459 naar €457.115.
Een hogere omzet betekende niet dat er evenveel extra geld voor de organisatie overbleef. De directe projectkosten stegen eveneens sterk. Na aftrek daarvan groeiden de opbrengsten met ongeveer 2,8 procent. De overige lasten, waaronder de personeelskosten, namen met ongeveer 7,7 procent toe.
| Jaarcijfer | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Omzet | €7,16 miljoen | €7,91 miljoen |
| Opbrengsten na directe projectkosten | €6,29 miljoen | €6,46 miljoen |
| Overige lasten | €6,44 miljoen | €6,94 miljoen |
| Verlies over het jaar | €135.459 | €457.115 |
Het bestuur noemt in de jaarrekening niet alleen hogere loonkosten die onvoldoende in tarieven konden worden doorberekend. Het beschrijft ook een personeelsbestand dat niet goed was samengesteld voor het werk en te weinig sturing op de financiële resultaten van projecten. De problemen waren daarmee niet uitsluitend een kwestie van minder geld van buiten.
In de eind september vastgestelde jaarrekening rekende het bestuur vanaf 2027 weer op winst. Ook verwachtte het dat er dan meer geld zou binnenkomen dan uitgaan. Voor de korte en middellange termijn achtte het de middelen nog voldoende. Begin november vroeg hetzelfde instituut betalingsuitstel aan. Een goedkopere huisvesting, kostenverlaging en een kleiner bestuur hadden volgens de nieuwe mededeling niet snel genoeg geholpen.
Projectgeld houdt een instituut niet vanzelf overeind
Ministeries, gemeenten en andere financiers betalen Verwey-Jonker voor onderzoek dat zij gebruiken om beleid en hulpverlening te verbeteren. Het instituut stelt de resultaten gratis beschikbaar.
De nieuwe subsidieoproep maakt dat concreet. Geld voor één onderzoek moet dat onderzoek bekostigen. Het is geen vrij besteedbare oplossing voor de tekorten van het instituut. Financiers hebben er dus ook belang bij dat de organisatie die zij voor jarenlang onderzoek aanwijzen, dat werk kan blijven uitvoeren.
Voor de studie naar huiselijk geweld noemt ZonMw medio december als uiterste startdatum. Hoe die planning zich verhoudt tot het betalingsuitstel, staat niet in de mededeling van Verwey-Jonker. Het instituut zegt met de bewindvoerder te onderzoeken hoe de activiteiten kunnen doorgaan.

