Bij Veilig Thuis West-Brabant stonden op 13 augustus 2026 580 meldingen nog niet op naam van een medewerker. Minister Mirjam Sterk geeft dat cijfer in antwoord op vragen van Nicole Moinat (Groep Markuszower). Hoeveel minderjarigen bij die meldingen betrokken zijn en hoe lang zij wachten, blijft onbeantwoord. Het cijfer omvat ook meldingen zonder kinderen.
Alle meldingen waren bij binnenkomst wel gecontroleerd op acuut gevaar. Bij een vermoeden daarvan wordt volgens Sterk binnen 24 uur gehandeld. Andere meldingen kunnen langer wachten op een volledige veiligheidsbeoordeling. Ook dan kan de thuissituatie zorgelijk zijn of tijdens het wachten verslechteren.
Toezicht tijdens het wachten blijft een noodoplossing
Veilig Thuis blijft verantwoordelijk voor het zicht op de veiligheid zolang een melding niet volledig is beoordeeld en overgedragen. Medewerkers volgen daarom nieuwe informatie en signalen. Die kunnen aanleiding zijn om een melding opnieuw te beoordelen of voorrang te geven. Soms houdt een hulpverlener die al bij een gezin betrokken is eveneens zicht op de situatie.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dit aanvullend organiseren van zicht op veiligheid in haar rapport uit 2024 al een noodoplossing noemde. De norm bleef dat meldingen op tijd en deskundig worden opgepakt. Ook het inspectiekader uit 2025 verlangt binnen vijf werkdagen een volledige veiligheidsbeoordeling, naast direct handelen bij spoed.
Die beoordeling moet helpen vaststellen wat nodig is om het thuis veilig te maken. Wachtlijstbeheer kan nieuwe zorgen signaleren, maar vervangt die stap niet. Het verschil raakt kinderen en volwassenen die niet in onmiddellijk gevaar lijken, maar wel leven met terugkerend geweld of verwaarlozing.
Eerdere verbeteringen hielden de druk niet weg
De inspectie zag in 2024 ook vooruitgang: minder wachtenden, kortere wachttijden en deskundige beoordelingen. Tegelijk kon een volledige beoordeling destijds tot viereneenhalve maand duren. Bij de vervolgafhandeling liep de wachttijd op tot elf maanden. Dat waren bevindingen uit het toezicht in 2024, niet de huidige wachttijden.
Volgens Sterk heeft extra personeel de achterstanden een tijdlang aanzienlijk verminderd. Meer meldingen en adviesvragen, ingewikkeldere situaties en hoog ziekteverzuim hebben de druk daarna opnieuw vergroot. De beslisnota bij haar antwoord stelt dat de problemen breder zijn dan één organisatie en vastlopen in het stelsel.
Dat landelijke probleem blijkt ook uit de recente cijfers van Veilig Thuis zelf. In de eerste helft van 2026 ontving het netwerk 73.950 meldingen, 9 procent meer dan een jaar eerder. De organisaties waarschuwen dat ook vervolghulp kampt met tekorten en wachtlijsten. Een gezin van de ene naar de andere wachtlijst verplaatsen levert nog geen tijdige bescherming op.
Gesprekken aangekondigd, einddatum ontbreekt
De betrokken gemeenten en Veilig Thuis moeten de regionale problemen aanpakken. Sterk wil op korte termijn met wethouders, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en bestuurders spreken. Later dit jaar volgt een werkagenda voor verbeteringen op korte en langere termijn.
Het antwoord noemt geen datum waarop de achterstand in West-Brabant moet zijn weggewerkt. Ook geeft het geen actuele telling van de kinderen die er wachten. Daardoor blijft onduidelijk hoeveel kinderen nu te lang op beoordeling wachten en wanneer zij daarop kunnen rekenen.
