Wie na een verhuizing of het vertrek van een tandarts een nieuwe praktijk zoekt, kan op een patiëntenstop stuiten. In Zeeland nam eind augustus bijna drie op de tien praktijken in het register van Tandarts.nl geen nieuwe patiënten aan. Maar hoeveel mensen daardoor zonder tandarts zitten of op een wachtlijst belanden, kan het ministerie van VWS niet zeggen.
Minister van Volksgezondheid Sophie Hermans meldt dat in nieuwe antwoorden aan Kamerlid Julian Bushoff. Ook de duur van het wachten is onbekend. Daardoor kan zij niet laten zien hoeveel mensen per provincie een tandarts zoeken, of hoe de problemen in steden en dorpen verschillen.
Hetzelfde gat als ruim anderhalf jaar geleden
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat deze ontbrekende informatie al op 21 maart 2025 aan de Kamer is gemeld. In dat eerdere antwoord legde VWS uit geen zicht te hebben op hoeveel mensen bij een tandarts staan ingeschreven of op een wachtlijst staan. Ruim anderhalf jaar later ontbreekt het landelijke overzicht nog steeds.
Het ministerie weet dus wel dat praktijken hun deur sluiten voor nieuwe patiënten, maar niet hoeveel mensen op zoek moeten naar een andere tandarts of hoelang dat duurt. Daarmee ontbreekt een belangrijke maatstaf om te beoordelen waar hulp het hardst nodig is en of maatregelen patiënten daadwerkelijk sneller aan een tandarts helpen.
Een patiëntenstop is geen telling van wachtenden
De cijfers die Hermans wel presenteert, komen uit het praktijkregister van Tandarts.nl. Daar geven praktijken zelf aan of ze nieuwe patiënten aannemen. De verschillen zijn groot:
| Provincie | Praktijken in register | Patiëntenstop | Aandeel |
|---|---|---|---|
| Zeeland | 110 | 32 | 29,1% |
| Drenthe | 142 | 38 | 26,8% |
| Friesland | 187 | 47 | 25,1% |
| Flevoland | 143 | 12 | 8,4% |
Dit zijn praktijkprofielen op Tandarts.nl, geen volledige landelijke telling van alle tandartslocaties. Een patiëntenstop bij een kwart van de praktijken betekent niet dat een kwart van de inwoners geen tandarts heeft. Hoeveel mensen een praktijk bedient en hoeveel mensen elders terechtkunnen, staat niet in deze tabel.
Wel praten over spreiding, geen geld voor verdere groei
VWS en het ministerie van Onderwijs gaan binnenkort met de tandheelkundeopleidingen praten over de verdeling van de mondzorg over het land. De universiteiten zijn bereid mee te denken. Pas na dat gesprek beoordeelt het kabinet welke extra stappen nodig zijn. De oproep aan de instellingen om naar oplossingen te zoeken, stamt uit maart 2025.
Voor meer opleidingsplaatsen voor tandartsen is intussen een andere keuze gemaakt. Onderwijsminister Rianne Letschert schreef op 13 oktober dat zij geen financiële ruimte ziet voor uitbreiding naar de geadviseerde 386 plaatsen per jaar. Het kabinet financiert wel 28 extra plaatsen bij Mondzorgkunde vanaf studiejaar 2027–2028. Het wil daarmee meer werk van tandartsen door mondhygiënisten laten uitvoeren.
Waar tandartsen de komende jaren met pensioen gaan, kan Hermans evenmin per regio aanwijzen. Landelijk is het aandeel oudere tandartsen juist gedaald, maar regionale cijfers ontbreken. Daardoor blijft ook onduidelijk waar het vertrek van tandartsen de toegang tot mondzorg verder onder druk kan zetten.

