Wie in Europees Nederland wil naturaliseren, moet meestal met een diploma aantonen voldoende Nederlands te kennen. Daarvoor geldt nog steeds taalniveau A2. Het kabinet wil de lat op B1 leggen, maar wanneer die hogere eis ingaat, blijft onduidelijk.

Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink wil het nieuwe voorstel dit jaar voorleggen voor openbare reacties. Hij schrijft dat in antwoorden aan VVD-Kamerlid Claire Martens-America. Daarna volgt advies van de Raad van State. Een concrete ingangsdatum noemt hij niet.

Hetzelfde doel stond in 2020 al op papier

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de hogere taaleis precies zes jaar geleden al ter consultatie werd voorgelegd. Op 3 november 2020 opende de overheid de reactieronde over het Besluit naturalisatietoets 2021. Ook dat ontwerp moest de stap van A2 naar B1 regelen. Het bleef bij een voorstel; de huidige IND-informatie noemt nog steeds A2.

De vertraging heeft meer dan één kabinetsperiode overleefd. In een ambtelijke nota van mei 2024 staat dat een eerdere verhoging niet was gerealiseerd doordat financiering voor de extra kosten ontbrak. In juli 2025 verwachtte het kabinet een nieuw concept in het derde kwartaal van dat jaar te kunnen voorleggen voor reacties. Nu, in november 2026, wordt opnieuw een consultatie aangekondigd.

De eerdere stukken laten zien dat het plan niet pas nu wordt voorbereid. Ze verklaren niet volledig waarom het sindsdien nog niet is ingevoerd. De nieuwe antwoorden geven evenmin een overzicht van de vertraging of duidelijkheid over de huidige financiering.

B1 is een hogere drempel dan A2

A2 staat voor eenvoudige communicatie over vertrouwde, dagelijkse zaken. B1 vraagt meer zelfstandigheid: iemand moet bijvoorbeeld ervaringen kunnen beschrijven en een mening kort kunnen toelichten. Voor wie moeite heeft met leren, lezen of schrijven kan die stap meer betekenen dan een extra examenpoging.

Het ontwerp uit 2020 maakte de consequentie expliciet. Mensen die hun inburgeringsplicht op een lager niveau dan B1 hadden afgerond, zouden voor naturalisatie alsnog een aanvullende toets moeten halen. Dat was een voorstel van toen. Hoe bestaande diploma’s en uitzonderingen in het nieuwe plan worden behandeld, staat niet in de huidige antwoorden.

Daar zit een wezenlijke keuze achter. Nederlands leren helpt mensen om mee te doen, zoals Van den Brink benadrukt. Maar een hogere exameneis bepaalt ook wie na jaren wonen en inburgeren toegang krijgt tot het Nederlanderschap. De onderbouwing moet daarom verder gaan dan vaststellen dat goede taalbeheersing belangrijk is: ook de haalbaarheid en gevolgen voor mensen die het hogere niveau niet bereiken, tellen mee.

Een strenger examen vraagt ook uitvoering

Martens-America vroeg of het voorstel nog vóór het einde van dit jaar naar de Raad van State kan. Die termijn neemt de minister niet over. Hij noemt eerst de openbare reactieronde en wijst op extra examens die ontwikkeld en afgenomen moeten worden. De uitvoering moet volgens hem zorgvuldig worden voorbereid.

Dat is geen detail naast de politieke keuze. Het Bericht beschreef eerder hoe inburgeraars hun spreekexamen afleggen terwijl medekandidaten naast hen praten. Nieuwe schotten moesten de hinder beperken. Wie hogere eisen aan kandidaten stelt, moet ook zorgen dat zij onder goede omstandigheden kunnen laten zien wat zij kunnen.

Voor nu blijven de bestaande regels gelden. Volgens IND en DUO kan een inburgeringsdiploma op minimaal A2 aan de taaleis voor naturalisatie voldoen. Ook een staatsexamen Nederlands op B1 of B2 kan daarvoor dienen; daarnaast bestaan vrijstellingen en ontheffingen. Een aangekondigde verhoging verandert die huidige eis nog niet.