Het gaat om een taalexamen achter een computer: kandidaten luisteren via een koptelefoon naar opdrachten en spreken hun antwoord in een microfoon. Dat gebeurt met meerdere mensen in dezelfde zaal. Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen erkent dat kandidaten soms last hebben van het geluid van anderen. In de antwoorden van 13 oktober aan Wimar Bolhuis (PRO) beschrijft hij wat daartegen wordt gedaan.
Luisteren terwijl een ander praat
Bij het examen op taalniveau A2 beginnen alle kandidaten tegelijk, maar krijgen zij de vragen in een andere volgorde. Daardoor kan de ene kandidaat nog naar een opdracht luisteren terwijl een ander al antwoord geeft. Bij de hogere niveaus B1 en B2 spreken kandidaten na dezelfde pieptoon. Zij beginnen daardoor niet te praten terwijl anderen de opdracht nog beluisteren. Tijdens het antwoorden praten ook daar meerdere mensen tegelijk.
Er zijn zes toetslocaties in het land. Voor spreekexamens wordt maar de helft van de plaatsen in een zaal gebruikt, zodat kandidaten meer ruimte naast zich hebben. Er staan al tussenschotten, iedereen draagt een koptelefoon en examenleiders spreken kandidaten aan die te hard praten. Wie door een beperking of persoonlijke omstandigheden het gewone examen niet kan maken, kan een aangepaste afname aanvragen, bijvoorbeeld in een aparte ruimte. Dat is een afzonderlijke aanvraag, geen standaardoplossing voor iedere kandidaat die geluidshinder ervaart.
Weinig klachten zijn geen meting van hinder
Aartsen wijst op het geringe aantal formele klachten. Voor A2 noemt hij vier klachten over hinder door medekandidaten op 16.196 afnames in 2026. Voor B1 en B2 gaat het om dertien klachten over de examenomstandigheden op 11.160 afnames in de eerste helft van 2026. Dat laatste aantal omvat ook een klacht van een docent en twee klachten van dezelfde kandidaat.
Die registratie telt ingediende klachten. Ze meet niet hoeveel mensen tijdens het examen afgeleid zijn. De minister schrijft zelf dat sommige kandidaten na afloop geluidshinder melden, maar vervolgens geen klacht indienen. Een laag klachtenaantal is dus geen bewijs dat bijna iedereen ongestoord examen doet.
Zwolle moet laten zien wat betere schotten opleveren
De toetslocatie in Zwolle is op 1 oktober verhuisd. Daar is gekozen voor een nieuw type tussenschot dat geluid beter zou moeten weren. Na ingebruikname moet blijken of dit de gewenste verbetering geeft, schrijft Aartsen. Een uitkomst noemt hij nog niet. Ook andere aanpassingen aan de ruimte, de organisatie en technische voorzieningen worden bekeken, binnen het bestaande budget.
Voor inburgeraars is de kwaliteit van die omstandigheden wezenlijk. De overheid vraagt hun te laten zien dat zij Nederlands kunnen spreken. Dan moet het examen die vaardigheid zo goed mogelijk beoordelen, zonder vermijdbare hinder van de mensen naast hen. Dat vraagt meer dan vaststellen dat weinig mensen een klacht indienen. De nieuwe schotten leveren pas een overtuigend antwoord als duidelijk wordt wat kandidaten er in de praktijk aan hebben.
