Door de sabotage van het spoor op Prinsjesdag zijn naar schatting ruim 44.000 treinreizen niet gemaakt. Ook wie wel kon reizen, trof vaker een volle trein: het aantal drukke treinen lag ongeveer twee keer zo hoog als normaal. De hinder werkte nog dagen door.

NS heeft de schade voor reizigers in kaart gebracht door de verwachte en werkelijk gemaakte reizen te vergelijken. Het gaat dus om gemiste reizen, niet om 44.000 afzonderlijke mensen of uitgevallen treinen. Staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat maakt de schatting bekend in haar antwoorden aan D66-Kamerlid Dion Huidekooper.

Veilig stoppen is nog niet doorrijden

De veertig verstoringen op 15 september troffen Midden- en Oost-Nederland. Reizigers kwamen niet of veel later op hun bestemming. Vervoerders liepen inkomsten mis en ProRail moest personeel en middelen inzetten om de verstoringen te verhelpen. Een totaalbedrag voor de economische schade kan Bertram niet geven.

De treinbeveiliging deed volgens de staatssecretaris wat zij moest doen: seinen gingen op rood, waardoor ernstiger ongelukken werden voorkomen. De treindienst kon vervolgens relatief snel worden hervat. Toch zorgden uitgevallen treinen en treinstellen die niet meer op de juiste plek stonden ook in de dagen daarna voor extra drukte.

Daarmee wordt het verschil zichtbaar tussen twee taken van het spoor: gevaarlijke situaties voorkomen en zorgen dat reizigers na een verstoring weer op weg kunnen. Een sein dat op rood springt, beschermt de reiziger in de trein. Voor wie op het perron blijft staan, zijn herstelploegen, reserveonderdelen en alternatieven nodig.

Een jaar eerder al advies over noodsystemen

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat een overheidsadvies uit oktober 2025 al concrete voorzieningen noemde om de treindienst na grote verstoringen sneller te hervatten. Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving adviseerde mobiele noodsystemen, meer reserveonderdelen en voldoende mensen met de kennis om schade snel te herstellen. Ook moest worden verkend of ProRail een eigen storingsdienst nodig heeft, eventueel samen met aannemers.

In de nieuwe antwoorden zegt Bertram dat crisisplannen worden aangepast en vaker gezamenlijke oefeningen worden georganiseerd. Het ministerie en ProRail brengen belangrijke onderdelen van het spoor in kaart om gericht te investeren. Welke van de aanbevolen noodsystemen en extra herstelvoorzieningen inmiddels beschikbaar zijn, en wanneer de overige klaar moeten zijn, vermeldt zij niet.

Toezicht en herstel kosten allebei geld

ProRail onderzoekt daarnaast sensoren, camera’s en drones om verdachte bewegingen eerder op te merken. De eerste proeven met drones zijn volgens Bertram positief. Regels om drones als beveiligingsmiddel te kunnen inzetten, worden nog uitgewerkt. Extra toezicht is dus deels nog in onderzoek.

Voor het minder kwetsbaar maken van het spoor en het Europese vervoersnetwerk is bij de herschikking van de infrastructuurbegroting 197 miljoen euro beschikbaar gekomen. Dat is een gezamenlijke budgetpost voor spoor en het Europese netwerk TEN-T. Hoeveel daarvan naar afzonderlijke beveiligings- of herstelmaatregelen gaat, staat niet in deze antwoorden of de begrotingsbrief van 16 oktober.

Het advies uit 2025 raamt een breder startpakket op 600 miljoen euro, inclusief btw, beheer en onderhoud. Daar zitten ook aanpassingen voor militaire transporten in. Over de verdeling van de extra infrastructuurkosten met Defensie lopen nog gesprekken. Welke aanvullende maatregelen specifiek uit de sabotage volgen, wil Bertram na afronding van het strafrechtelijke onderzoek bekijken.