De regels voor het starten van zelfstandige scholen voor speciaal onderwijs zijn niet verruimd naar aanleiding van een Kamerverzoek uit 2019. Staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen verwijst daarvoor naar een onderzoek van Oberon uit 2020: slechts twee van de toenmalige 150 samenwerkingsverbanden zouden een nieuwe school hebben gewild.
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat die voorstelling de deelname aan de peiling niet juist weergeeft. Oberon nodigde 151 verbanden uit. Daarvan vulden er 70 de vragenlijst in, minder dan de helft. De twee wensen voor een zelfstandige school kwamen uit een vervolgvraag waarop 22 verbanden antwoordden. Die vervolgvraag was bedoeld voor verbanden die extra aanbod wilden, maar daarvoor geen bestaande school wilden benaderen. Voor de niet-deelnemers bevat de peiling geen wensen.
Wat de peiling werkelijk telde
De deelnemers waren regionale verbanden van schoolbesturen die extra ondersteuning voor leerlingen organiseren. Het onderzoek vroeg naar speciaal onderwijs voor zowel jongere leerlingen als middelbare scholieren.
| Onderdeel | Aantal verbanden |
|---|---|
| Uitgenodigd | 151 |
| Vragenlijst ingevuld | 70 |
| Vervolgvraag over niet benaderen van een bestaande school beantwoord | 22 |
| Bij die vervolgvraag voorkeur voor een nieuwe zelfstandige school | 2 |
De twee vormen dus geen uitkomst van een volledige rondgang langs 150 verbanden. Bovendien meldde 53 procent van de 70 deelnemers dat het bestaande aanbod ontoereikend was. Weinig uitgesproken wensen voor zelfstandige scholen is iets anders dan voldoende passende plekken voor leerlingen.
Wel uitbreiden via een bestaande school
Tielen stelt dat een extra vestiging van een bestaande school doorgaans volstaat. Dat is een andere keuze dan een nieuwe zelfstandige school oprichten. Zo'n extra vestiging blijft onderdeel van de bestaande school. Volgens de huidige DUO-procedure is daarvoor instemming nodig van de gemeente en het samenwerkingsverband.
In haar nieuwe antwoord schrijft Tielen dat het starten van een nieuwe school niet mogelijk is. Die formulering is stelliger dan de uitleg die de Kamer in 2023 kreeg. Daarin werd een beperkte uitzondering genoemd, onder meer bij uitzonderlijke bevolkingsgroei. Het nieuwe antwoord gaat daar niet op in.
De discussie speelt terwijl het kabinet meer kinderen met extra hulp naar gewone scholen wil laten gaan. Voor ouders en leerlingen telt of er een passende plek is, binnen of buiten het speciaal onderwijs. De wens van schoolbesturen om een zelfstandige school op te richten beantwoordt die vraag maar gedeeltelijk.
Geen nieuwe meting in het antwoord
Pepijn van Houwelingen van FVD vroeg welke belemmeringen na het Kamerverzoek uit 2019 waren weggenomen. Tielen zegt dat na het onderzoek geen verdere stappen zijn gezet. Een nieuwe meting van de behoefte vermeldt zij niet.
Een motie van Van Houwelingen om het oude verzoek alsnog uit te voeren, werd op 6 oktober verworpen. De staatssecretaris onderbouwt haar nieuwe antwoord met de peiling die bijna zes jaar geleden werd gehouden.

