Meer kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, moeten terechtkunnen op een gewone school in de buurt. Dat vraagt ook om geschikte gebouwen. Toch zijn de kosten van de daarvoor benodigde aanpassingen nog niet onderzocht, schrijft staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen in antwoord op vragen van Pepijn van Houwelingen van FVD.
Het kabinet werkt toe naar inclusief onderwijs in 2035: kinderen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte leren dan vaker samen. De overstap vraagt om meer dan een plek in een klas. Een school moet de juiste hulp kunnen bieden, personeel moet daarvoor zijn toegerust en het gebouw moet toegankelijk zijn. Welke voorwaarden scholen precies moeten vervullen, wordt uitgewerkt in een plan dat Tielen in het voorjaar van 2027 naar de Kamer wil sturen.
Drie jaar na het verzoek om een kostenoverzicht
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de Kamer al in april 2023 vroeg om een gedetailleerd overzicht van de kosten van de overstap naar inclusief onderwijs. In een aangenomen motie verzocht zij de regering per maatregel te beschrijven hoeveel geld nodig was. Ruim drie jaar later ontbreekt in ieder geval voor de aanpassing van schoolgebouwen nog een kostenonderzoek.
In de onderwijsbrief van mei 2026 stond al dat de overheid de kosten en de gevolgen voor de financiering in kaart zou brengen. In de eerste fase, van 2026 tot 2029, wordt in kaart gebracht welke aanpassingen aan schoolgebouwen nodig zijn. De nieuwe antwoorden laten zien dat daar nog geen rekening bij ligt. Ook wie de benodigde aanpassingen gaat betalen, wordt in die antwoorden niet uitgewerkt.
Een plek op school vraagt ook om hulp
Voor kinderen die nu naar een speciale school verder van huis gaan, kan onderwijs in de buurt betekenen dat zij met broers, zussen en buurtgenoten naar school kunnen. Maar die nabijheid helpt alleen als de school ook de ondersteuning biedt die een kind nodig heeft. Het ministerie noemt zelf zowel huisvesting als hulp in en rond de school als noodzakelijke voorwaarden.
Er wordt al onderzocht hoe inclusieve schoolgebouwen eruit kunnen zien. Dat gebeurt onder meer in het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting. Ontwerpen uitproberen en de kosten van de landelijke overstap berekenen zijn echter verschillende stappen. Dat laatste onderzoek moet nog plaatsvinden.
Speciaal onderwijs blijft, toegang nog uit te werken
Specialistische onderwijsvoorzieningen blijven beschikbaar, benadrukt Tielen. Voor sommige kinderen blijft zo'n voorziening gedurende de hele schooltijd de beste plek. Het kabinet wil wel dat gewone scholen meer ondersteuning zelf kunnen bieden en dat speciaal onderwijs vooral beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare kinderen.
De toekomstige toelatingscriteria en financiering worden de komende jaren nog uitgewerkt. Ook hoeveel specialistische voorzieningen nodig blijven, is onderdeel van die uitwerking. Leraren, ouders en leerlingen krijgen daarbij een rol. In 2029, 2032 en 2035 wil het kabinet met de betrokken partijen bekijken welke vooruitgang is geboekt, waar scholen vastlopen en wat zij voor de volgende stap nodig hebben.

