Toen het ministerie van Buitenlandse Zaken hoorde dat Algoney Hamdan Dagalo Musa op een bijeenkomst in Den Haag was, nam het geen contact op met politie of Justitie. De Sudanese paramilitair geldt als een belangrijke wapeninkoper voor de Rapid Support Forces (RSF). Die gewapende groep vecht tegen het Sudanese leger en wordt beschuldigd van ernstige misdrijven tegen burgers.
Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen bevestigt de gang van zaken in antwoorden aan SP-Kamerlid Sarah Dobbe. Het bezoek vond plaats op 6 december 2024. Het ministerie kreeg die dag een melding vanuit de Sudanese gemeenschap, maar kende naar eigen zeggen geen grond voor strafrechtelijk onderzoek of vervolging.
Zijn naam stond al in Europese sanctiestukken
Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de Europese Unie Dagalo’s rol binnen de oorlogseconomie al vóór zijn bezoek publiek had beschreven. We vergeleken de antwoorden met het Europese sanctiebesluit voor bedrijven van 22 januari 2024. Daarin worden Tradive General Trading in de Emiraten en GSK Advance Company in Sudan aangewezen als schakels in de financiering en bevoorrading van de RSF.
Dagalo wordt in dat besluit genoemd als directeur en uiteindelijke eigenaar van Tradive en als eigenaar van 60 procent van GSK. Volgens de Europese onderbouwing faciliteerden die bedrijven geldstromen en de aanschaf van materieel voor de RSF. De sancties richtten zich op de bedrijven, met bevriezing van tegoeden en een verbod hun geld of economische middelen ter beschikking te stellen.
Ook de Verenigde Staten hadden Dagalo vóór het bezoek persoonlijk op een sanctielijst gezet, op 8 oktober 2024. Het Amerikaanse ministerie van Financiën wees op zijn leidende rol bij de aanschaf van wapens. De NOS vermeldde die Amerikaanse sancties al in het onderzoek van 5 oktober dat aanleiding was voor de Kamervragen.
De nieuwe antwoorden noemen alleen de latere Europese persoonsgerichte sancties: die kwamen op 29 januari 2026, ruim een jaar na zijn bezoek. Daarmee kreeg hij ook een Europees inreisverbod. De eerdere maatregelen tegen zijn bedrijven leverden op zichzelf geen persoonlijk inreisverbod op. Ze maken wel duidelijk dat zijn zakelijke rol binnen de RSF toen al in officiële Europese stukken stond.
Een geldig visum beantwoordt een andere vraag
Volgens Berendsen had Dagalo in december 2024 een drie jaar geldig Schengenvisum waarmee hij meerdere keren kon reizen. Nederland had dat visum niet afgegeven. Daardoor kon hij het Schengengebied in en zich daarbinnen verplaatsen, schrijft de minister.
Dat verklaart zijn toegang. Voor de keuze om geen overleg te voeren geeft Buitenlandse Zaken een andere reden: het kende geen strafrechtelijke grondslag. Niet duidelijk wordt welke beschikbare informatie het ministerie daarbij woog. Een visum, een financiële sanctie en een strafrechtelijk onderzoek zijn verschillende zaken. Het Openbaar Ministerie beschrijft in zijn eigen instructie dat Nederland internationale misdrijven kan vervolgen wanneer een verdachte zich hier bevindt, ook als de feiten elders zijn gepleegd.
Daarvoor zijn concrete aanwijzingen voor individueel strafbaar handelen nodig. Een sanctielijst is geen strafrechtelijke veroordeling. Of onderzoek, aanhouding en vervolging mogelijk zijn, beoordeelt het OM. De antwoorden maken niet duidelijk of het ministerie de eerdere bedrijfssancties bij zijn afweging betrok of daarover navraag deed bij de bevoegde instanties. Over een eventuele zelfstandige beoordeling door het OM geven de antwoorden geen informatie.
De melding kwam uit de Sudanese gemeenschap
De NOS ontdekte dat Dagalo onder een andere naam deelnam aan een vredesbijeenkomst. Volgens de organisator was hij voorgesteld als ‘Ahmed Musa’ en werd zijn identiteit pas tijdens het evenement duidelijk. Berendsen noemt zijn aanwezigheid achteraf onwenselijk vanwege zijn positie binnen de RSF.
Voor mensen die voor het geweld in Sudan zijn gevlucht, gaat dit om de vraag of signalen over een mogelijke betrokkene bij dat geweld serieus worden beoordeeld. Het ministerie had een concrete melding over zijn aanwezigheid. Een gesprek met de bevoegde opsporingsinstanties is een andere stap dan iemand meteen arresteren.
Het Bericht beschreef eerder hoe Nederland de handelsgesprekken met de Emiraten laat doorgaan ondanks VN-bevindingen over steun aan strijders in Sudan. Ook hier loopt de spanning tussen diplomatie en het tegengaan van de oorlogseconomie. In de nieuwe antwoorden staat geen evaluatie van de keuze om de politie en Justitie niet te benaderen, en geen nieuwe afspraak over het doorgeven van zulke signalen.

