Hoeveel ieder ministerie moet besparen op personeel en de eigen organisatie is al in de begrotingen verwerkt. De verdeling is gemaakt naar de omvang van het bestaande organisatiebudget, met uitzonderingen voor een aantal diensten. Een uitgewerkt overzicht van het werk dat stopt, eenvoudiger wordt of anders moet, krijgt de Kamer later.
Dat blijkt uit antwoorden van minister van Financiën Eelco Heinen op vragen van zelfstandig Kamerlid Mona Keijzer. Heinen antwoordt mede namens Eric van der Burg, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.
Het bedrag staat er eerder dan de keuzes
De jaarlijkse korting loopt stapsgewijs op. Het gaat om bezuinigingen van het huidige én het vorige kabinet samen. De 3,5 miljard is dus geen bedrag dat volgend jaar ineens wordt weggehaald.
| Jaar | Korting in dat jaar |
|---|---|
| 2027 | €901 miljoen |
| 2030 | €2.491 miljoen |
| 2035 | €3.490 miljoen |
Dit zijn verlagingen van de begrote uitgaven per jaar, geen al behaalde besparingen. De bedragen hoeven niet bij elkaar te worden opgeteld.
Heinen erkent dat de begrotingen nog geen doel bevatten voor het aantal ambtenaren. Voor een goed onderbouwde verkleining moet eerst duidelijk zijn hoeveel mensen nodig zijn voor nieuw beleid. Het kabinet moet ook kiezen welke bestaande taken blijven en welk werk wordt afgebouwd. Over die keuzes informeert het de Kamer in het voorjaar van 2027.
Er wordt intussen wel aan plannen gewerkt. Na het herfstreces volgt een eerste voortgangsbrief. Een commissie over de toekomst van de Rijksdienst moet uiterlijk in december aanbevelingen doen. Ministeries moeten bovendien nu al keuzes maken om hun begroting sluitend te krijgen.
Minder geld zegt nog niet welk werk kan vervallen
De volgorde doet ertoe. Bij minder geld moet duidelijk zijn welk werk vervalt of hoe dezelfde opdrachten met minder middelen goed kunnen worden uitgevoerd. Voor mensen die een besluit of een antwoord van de overheid nodig hebben, telt of dat werk goed en op tijd gebeurt.
Juist het zicht op benodigd personeel schiet geregeld tekort. De Algemene Rekenkamer onderzocht 269 toetsen waarmee wordt nagegaan of nieuwe wetten en regels in de praktijk uitvoerbaar zijn. Bij 103 ontbrak informatie over de personeelsgevolgen. De Rekenkamer publiceerde die bevinding in september. De huidige korting lost dat kennistekort niet op.
Ook weten welk bestaand beleid weinig oplevert helpt om gericht te kiezen. Eerder berichtte Het Bericht dat Financiën geen gezamenlijk overzicht wil maken van uitgaven die na een negatief oordeel doorgaan. Zo ontbreekt ook een gezamenlijk overzicht dat de Kamer kan helpen om besparingskeuzes te beoordelen.
Een aantal diensten wordt ontzien. Onder meer Defensie, de politie, het gevangeniswezen en belangrijke delen van de rechtspleging zijn uitgezonderd. Dat geldt ook voor de uitvoeringskosten van schadeafhandeling en versterking in Groningen.
Eigen personeel kan goedkoper zijn dan inhuur
Alleen ambtenaren tellen geeft bovendien een onvolledig beeld van de kosten. Werk dat eerst door externen werd gedaan, kan naar mensen in overheidsdienst gaan. Volgens Heinen bewaart de overheid daarmee kennis en bespaart zij per saldo geld. Het kabinet accepteert dat hierdoor het aantal eigen medewerkers stijgt.
Het aandeel externe inhuur in de personeelsuitgaven daalde van 15,4 procent in 2024 naar 13,1 procent in 2025. Dat laatste jaar ging er volgens het officiële personeelsdashboard 3,27 miljard euro naar inhuur. De richtlijn is maximaal 10 procent van de personeelsuitgaven. Wanneer het Rijk daar weer onder komt, kan Heinen niet zeggen.
