De bezuiniging op de Rijksdienst is inmiddels vertaald in een ruwe schatting van ongeveer 25.000 voltijdbanen minder. Maar welke werkzaamheden de overheid daarvoor moet veranderen, verminderen of schrappen, krijgt de Tweede Kamer later te horen. Het kabinet wil die keuzes binnen een half jaar uitwerken.

Minister van Financiën Eelco Heinen bevestigt de schatting in nieuwe antwoorden aan Kamerlid Pepijn van Houwelingen. De jaarlijkse korting op personeel en de eigen organisatie loopt op tot ongeveer 3,5 miljard euro in 2035. Dat geld is al in de begrotingen verwerkt. De 25.000 voltijdbanen zijn een ruwe raming, geen vastgesteld ontslagplan.

Efficiënter werken kan maar een deel opleveren

Het kabinet erkent dat dezelfde taken simpelweg met minder mensen uitvoeren niet genoeg oplevert. In de onderliggende voortgangsbrief van 26 oktober rekent staatssecretaris Eric van der Burg op maximaal 0,5 procent algemene efficiëntiewinst per jaar. Daarmee kan volgens het kabinet ongeveer een derde van de korting worden ingevuld.

Voor de resterende twee derde zijn andere keuzes nodig. Het kabinet noemt onder meer eenvoudigere regels, gezamenlijke inkoop, minder maatwerk in de eigen bedrijfsvoering en digitale dienstverlening. Ook moet het beslissen wat de overheid minder of helemaal niet meer gaat doen. Een uitgewerkt plan voor de Rijksdienst volgt binnen een half jaar.

Dat maakt de korting meer dan een reorganisatie van Haagse kantoren. Een groot deel van het personeel werkt aan de uitvoering van overheidstaken. Het kabinet schrijft zelf dat de ingrepen daardoor gevolgen kunnen hebben voor de dienstverlening, de continuïteit en opdrachten die uitvoeringsdiensten nu al moeten vervullen.

Dezelfde korting raakt niet iedere dienst even hard

Voor veel organisaties verwacht het kabinet een personeelskrimp van ongeveer 20 procent. Waar ook tijdelijke budgetten verdwijnen, kan de opgave aanzienlijk groter zijn.

Een aantal grote organisaties is van één of meer kortingen uitgezonderd, waaronder de politie, Defensie, de gevangenisorganisatie en de veiligheidsdiensten. Daardoor komt de bezuiniging niet gelijkmatig over de overheid terecht. Juist bij de overgebleven ministeries, inspecties en uitvoeringsdiensten moet duidelijk worden welk werk met minder mensen nog wordt gedaan.

Heinen verklaart de eerdere groei van de personeelskosten onder meer uit hogere lonen en extra overheidstaken. De Rijksdienst telde eind 2025 ruim 160.000 voltijdbanen. Een terugkeer naar een kleiner personeelsbestand zegt daardoor op zichzelf niet welke taken inmiddels kunnen vervallen.

Het bedrag staat eerder vast dan de dienstverlening

Het nieuwe aantal maakt concreter hoe groot de operatie kan worden. Eerder berichtte Het Bericht al dat de miljardenkorting over de ministeries was verdeeld voordat het takenplan klaar was. Met de schatting van 25.000 voltijdbanen is er meer zicht op de mogelijke personele omvang, maar nog niet op wat mensen straks van hun overheid kunnen verwachten.

Het kabinet waarschuwt in zijn eigen terugblik op eerdere bezuinigingen bovendien voor te hoge verwachtingen van digitalisering en automatisering. Die brachten in het verleden ook nieuwe taken en extra inhuur mee.