Een defect wissel of een kapotte bovenleiding kan het treinverkeer lang ontregelen. ProRail noemt naast drukte op het spoor ook een probleem in de organisatie van het onderhoud: de markt en de contracten voor klein onderhoud zorgen ervoor dat onderhoud voor de middellange termijn beperkt of niet wordt uitgevoerd.

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram neemt die verklaring over in haar antwoorden aan Kamerlid Hidde Heutink van Groep Markuszower. Een tekort aan monteurs verlengt volgens ProRail bovendien de tijd die reparateurs nodig hebben om bij een storing te komen.

ProRail wil verder kijken dan de contractduur

Het Bericht legde het nieuwe antwoord naast de eigen plannen van ProRail. Het beheerplan voor 2026 en 2027 beschrijft een kleine markt van aannemers en arbeidskrapte. Het dagelijks kleinschalige onderhoud is verdeeld over 21 contractgebieden.

In zijn jaarverslag over 2025 schreef ProRail al dat de onderhoudsaanpak moet veranderen. Keuzes moeten gaan over de hele levensduur van het spoor en de kosten en risico’s daarvan, in plaats van alleen over het halen van normen tijdens een contract. Ook wil de spoorbeheerder zelf meer gegevens hebben om onderhoud en beschikbaarheid te kunnen controleren.

Het nieuwe antwoord maakt het gevolg concreter: bepaald onderhoud gebeurt beperkt of niet. Daarmee gaat het probleem verder dan een versleten onderdeel vervangen. Het gaat ook om de vraag welk werk aannemers uitvoeren en hoe ProRail ervoor zorgt dat het spoor op langere termijn goed blijft.

In september meldde ProRail dat het samen met aannemers preventief onderhoud beter in contracten wil vastleggen. Het gaat dus om een erkend probleem waarvoor de aanpak nog wordt veranderd.

Actuele teller staat op 487

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat de openbare stand inmiddels veel verder is dan de cijfers in de Kamerantwoorden. Bertram noemt 404 grote storingen per 14 september. Het actuele ProRail-dashboard toont 487 tot en met 3 november. De grens van 520 geldt voor het hele jaar en is daarmee nog niet overschreden.

Grote spoorstoringen: twee volledige jaren en de voorlopige stand in 2026
MeetperiodeAantal incidenten
Heel 2024507
Heel 2025586
1 januari t/m 3 november 2026487

De norm van maximaal 520 geldt voor een volledig jaar. De stand over 2026 is voorlopig.

De telling gaat om incidenten met veel hinder. De vertraging van de geraakte treinen telt mee, evenals uitval en omleidingen. Op een drukker spoor kan hetzelfde defect daardoor eerder als een grote storing meetellen.

Techniek is ook niet de enige oorzaak. In het overzicht per 14 september had 45 procent een technische oorzaak. Personen, dieren en verkeer op of rond het spoor waren goed voor 39 procent; de overige storingen kwamen door processen en weer. Hoeveel technische storingen specifiek door de onderhoudscontracten zijn veroorzaakt, is niet uitgesplitst.

Eigen verbeterplan loopt al, extra sturing volgt later

ProRail werkt onder meer aan wissels, bovenleidingen en de ligging van het spoor. De beheerder verwacht met de maatregelen in 2026 67 grote verstoringen te voorkomen. Volgens de nieuwe antwoorden is dat onvoldoende om dit jaar binnen de afgesproken grens te blijven.

Het interne verbeterprogramma loopt al. Voor een programma waarbij het ministerie nauwer meestuurt, wil Bertram eerst de definitieve jaarcijfers afwachten. Als de norm opnieuw niet wordt gehaald, wil zij dat extra programma instellen. Voor onderhoud en vernieuwing van het spoor is bij de herschikking van infrastructuurgeld bovendien 2 miljard euro extra vrijgemaakt.

Voldoende herstelploegen en onderdelen zijn ook nodig om reizigers na een storing weer op weg te helpen. Het Bericht beschreef eerder hoe advies over noodsystemen en extra herstelcapaciteit nog niet tot een openbare uitvoeringsplanning leidde.

Bertram wijst erop dat reizigers in de eerste helft van 2026 gemiddeld juist beter op tijd aankwamen dan de afgesproken doelen. Goede gemiddelde punctualiteit en honderden afzonderlijke grote storingen kunnen dus naast elkaar bestaan.