Dat schrijven minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma aan Don Ceder van de ChristenUnie. Hij vroeg of Nederland gerichte sancties wilde overwegen en de samenwerking met Oeganda wilde herzien.

De VN-mensenrechtenorganisatie waarschuwde op 30 juli voor het harde optreden tegen kritische stemmen, de groeiende rol van het leger in burgerlijke instellingen en de afnemende ruimte voor maatschappelijke organisaties. Volgens informatie die zij had ontvangen, waren sinds de verkiezingen van januari minstens vijftig oppositieleiders en aanhangers, vijf mensenrechtenverdedigers en vijf journalisten slachtoffer van mensenrechtenschendingen. Het ging onder meer om gedwongen verdwijningen, marteling en willekeurige arrestatie of detentie.

De ministers zeggen die zorgen te delen. Nederland heeft ze volgens hen tot op het hoogste niveau aan de Oegandese autoriteiten overgebracht. In de rechtstreekse contacten kiest het kabinet voor gesprekken en niet voor publieke veroordeling, mede op basis van overleg met lokale maatschappelijke organisaties. Tegelijk verwijzen de ministers naar gezamenlijk Europees optreden, waaronder een EU-verklaring over het verloop van de verkiezingen.

De samenwerking stopzetten vinden zij vooralsnog onwenselijk. Daarmee zou ook steun aan maatschappelijke organisaties wegvallen, juist nu die volgens het kabinet onder druk staan. Bovendien denken de ministers dat samenwerking op gedeelde belangen ruimte biedt om over mensenrechten te spreken. Nederlandse programma’s richten zich onder meer op voedselzekerheid, water, gezondheid en de opvang van vluchtelingen in Oeganda.

Ceder vroeg ook of Nederlandse steun direct of indirect aan de schendingen kan bijdragen. Het kabinet zegt daarvoor geen aanwijzingen te hebben. Gefinancierde programma’s worden volgens de ministers doorlopend gecontroleerd; bij problemen kan financiering worden opgeschort of beëindigd. De antwoorden noemen geen programma waarvan de steun om die reden al is gestopt.

Onder de Protection of Sovereignty Act staat internationale financiering van maatschappelijke organisaties onder druk. De VN beschrijft de wet als een uitgebreide beperking van buitenlandse steun en betrokkenheid. Het kabinet zegt nog niet goed te weten hoe de wet wordt uitgevoerd en wat de gevolgen zullen zijn voor de Nederlandse en Europese inzet.