Als treinen door werkzaamheden of storingen niet rijden, moeten bussen reizigers verder helpen. NS verwacht meer geld aan dat vervoer kwijt te zijn, onder meer door hogere personeels- en brandstofkosten en meer werkzaamheden aan het spoor. Maar wat de busbedrijven precies krijgen en hoe NS voorkomt dat onnodig wordt betaald, kan het ministerie niet inzichtelijk maken.

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram schrijft dat in antwoorden aan VVD-Kamerlid Björn Schutz. Hij stelde vragen na berichtgeving van het Dagblad van het Noorden over de stijgende kosten en bussen die lang zonder passagiers zouden stilstaan.

NS publiceert zelf een ander bedrag

Uit onderzoek van Het Bericht blijkt dat NS in het openbare jaarverslag over 2024 een bedrag van 23 miljoen euro noemt voor treinvervangend vervoer bij verstoringen en spooronderhoud. We vergeleken die financiële toelichting met de Kamerantwoorden. Daarin blijft dit jaarverslagcijfer onbesproken.

In de vragen gaat het over 25 miljoen euro in 2016 en 39 miljoen in 2024. Bertram herkent die bedragen uit openbare aanbestedingsstukken. Maar ze bevestigt daarmee niet dat de werkelijke uitgaven tussen die jaren met 14 miljoen zijn gestegen.

Hoe de 23 miljoen uit het jaarverslag zich verhoudt tot de 39 miljoen uit de aanbestedingsstukken, wordt in de antwoorden niet uitgelegd. Zonder dezelfde afbakening van vervoer en kosten zijn die bedragen geen bewijs van een besparing of overschrijding. Het gevraagde overzicht van de werkelijke uitgaven per jaar en per vervoerder ontbreekt.

Ook een verwachting van 52 tot 62 miljoen euro per jaar, die Schutz aan NS toeschrijft, kan Bertram niet controleren. Zij beroept zich daarbij op de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie.

NS controleert het contract zelf

Het ministerie zegt geen inzage te hebben in het contract tussen NS en de busvervoerder. Het kan ook niet bevestigen of de hoofdaannemer per uur wordt betaald en de bedrijven die daadwerkelijk rijden per kilometer.

Bertram verwijst voor de bewaking van de kosten naar NS. Het spoorbedrijf controleert of de vervoerder zijn contract nakomt. Hoe die afspraken onnodig betalen voor lege bussen voorkomen, kan het ministerie niet met contractgegevens laten zien. Cijfers over langdurig stilstaande bussen heeft Bertram evenmin.

Dit is een bewuste verdeling van verantwoordelijkheden. In de bijbehorende beslisnota staat dat het ministerie NS beoordeelt op wat reizigers krijgen. Hoe het bedrijf dat organiseert, laat het aan NS. Daarmee wordt de controle op een deel van de miljoenenrekening bij het spoorbedrijf zelf gelegd.

Meer werkzaamheden, vanaf 2027 één regisseur

Er is een concrete reden waarom meer busvervoer nodig is. NS beschrijft in zijn vervoerplan dat spoorwerkzaamheden vaker overdag en in de spits plaatsvinden. Dat raakt ook mensen die hun reis naar werk of opleiding niet zomaar kunnen verplaatsen.

NS schrijft bovendien dat de beschikbare hoeveelheid bussen soms tekort dreigt te schieten. In zulke gevallen vraagt het bedrijf ProRail om werkzaamheden anders te plannen. Kosten beheersen betekent dus ook dat er op het juiste moment genoeg bussen moeten zijn om reizigers te vervoeren.

Vanaf 1 januari 2027 organiseert één opdrachtnemer het vervangende vervoer. Dat betekent niet dat één busbedrijf alle ritten rijdt: de opdrachtnemer schakelt meerdere busbedrijven in. Volgens Bertram is de opdracht Europees aanbesteed en zijn zowel prijs als kwaliteit meegewogen.

Geen extra kaartjesverhoging voor duurdere bussen

Hogere buskosten geven NS geen recht om de treinkaartjes extra te verhogen, benadrukt Bertram. De toegestane tariefstijging volgt uit de afspraken met de overheid. Extra kosten voor vervangend vervoer drukken volgens haar rechtstreeks op het resultaat van NS.

Dat is relevant nu de NS-tarieven in 2027 gemiddeld met 4,7 procent stijgen. Die verhoging bestaat uit inflatie, een correctie over 2026 en een eerder uitgestelde prijsstap. Een hogere rekening van de busvervoerder komt daar niet automatisch bovenop.