Wie in 2027 de trein neemt, betaalt bij NS gemiddeld 4,7 procent meer voor een kaartje of de meeste abonnementen. Een deel daarvan komt boven op de verwachte inflatie: reizigers betalen ook een correctie over 2026 en een eerder uitgestelde prijsverhoging. Het kabinet grijpt niet in om deze stijging te beperken.

Dat schrijft staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram aan Kamerlid Hidde Heutink. De verhoging past binnen de afspraken die de overheid met NS heeft gemaakt. Voor het dempen van de NS-tarieven heeft het Rijk vanaf 2026 geen geld meer beschikbaar.

Een oude rekening komt alsnog bij de reiziger

De verwachte inflatie voor 2027 verklaart 2,7 procentpunt van de verhoging. Daar komt één procentpunt bij omdat de inflatie over 2026 hoger uitvalt dan waarmee eerder was gerekend. Het laatste procentpunt volgt uit een afspraak uit 2025 om een eerdere verhoging over vier jaar te spreiden.

Waar komt de stijging van 4,7 procent vandaan?
OnderdeelBijdrage aan de stijging
Verwachte inflatie 20272,7 procentpunt
Correctie inflatie 20261 procentpunt
Uitgestelde prijsverhoging1 procentpunt
Totaal4,7 procent

De spreiding hielp om een veel grotere sprong in 2026 te voorkomen. Maar uitstel was geen afstel: ook voor 2028 en 2029 is telkens een extra verhoging van één procent afgesproken, boven op de dan geldende gewone prijsaanpassing. Dat staat al in de Kamerbrief van november 2025.

NS levert zelf ook een bijdrage. Volgens Bertram voorkomen onder meer slimmer onderhoud en toestemming om een beperkt aantal treindiensten niet te rijden blijvend ongeveer drie procent extra tariefstijging. Samen met de spreiding bracht dat de voorziene verhoging voor 2026 terug van ongeveer twaalf naar ongeveer 6,5 procent.

Een lagere stijging is nog steeds een hogere prijs

Bertram wijst erop dat de stijging voor 2027 lager is dan in 2025 en 2026. Maar de verhogingen stapelen zich op. Een rekenvoorbeeld met de genoemde gemiddelde stappen van 6,2, 6,5 en 4,7 procent komt over drie jaar uit op ongeveer 18,4 procent erbij. Dat laat de opeenstapeling zien; de uitkomst voor een afzonderlijk kaartje of abonnement kan afwijken.

Het kabinet noemt de afspraken een structurele oplossing. Daarmee bedoelt het vooral dat NS financiële zekerheid heeft voor de bedrijfsvoering. Die zekerheid betekent voor reizigers dus geen einde aan de extra verhogingen. Stijgende personeels-, energie- en materieelkosten moeten worden betaald, maar de verdeling tussen de reiziger, NS en de overheid is ook een politieke keuze.

Meer korting voor wie op rustige momenten kan reizen

NS verhoogt in 2027 de maximale korting bij PrijsTijd Deals van zestig naar tachtig procent. Die kaartjes zijn beschikbaar voor rustige treinen. Railrunner blijft 2,50 euro en het Kids Vrij-abonnement blijft gratis. De gemiddelde stijging geldt dus niet voor ieder reisproduct op dezelfde manier.

Goedkopere rustige treinen kunnen lege stoelen vullen en reizen betaalbaarder maken. Maar wie voor werk of onderwijs aan een druk tijdstip vastzit, kan zijn reis niet zomaar naar de daluren verplaatsen. Een hogere maximale korting is daarom geen algemene verlichting van de prijsstijging.

Voor een bredere aanpak verwijst Bertram naar de nieuwe rijksvisie op het openbaar vervoer. De hoofdlijnen daarvan worden in het voorjaar van 2027 verwacht. De prijsverhoging gaat al op 1 januari in.