Minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans schrijft dat in zijn antwoorden aan VVD-Kamerlid Peter de Groot. Aanleiding is een rapport van Econic Partners dat waarschuwt voor economische schade door de combinatie van een beperking van het aantal vluchten op Schiphol en een hogere vliegbelasting voor lange afstanden.

Het kabinet erkent het economische belang van de luchthaven, maar herkent de conclusie over al misgelopen miljarden niet. Ook de stelling dat de bestedingen van buitenlandse toeristen in Nederland achterblijven, wordt betwist. Die bestedingen zijn volgens het kabinet sinds 2019 met ongeveer 30 procent gestegen, zonder correctie voor prijsstijgingen.

Daarmee sluit het kabinet toekomstige gevolgen niet uit. Het verwacht dat Schiphol met capaciteitsbeperkingen goed verbonden kan blijven, maar noemt het lastig te voorspellen hoe groot het risico is dat buitenlandse luchtvaartmaatschappijen meer capaciteit op andere Europese luchthavens inzetten.

Lagere heffing dan eerder gepland

Het kabinet wil het tarief voor langeafstandsvluchten vanaf 1 januari 2027 verlagen naar het Duitse niveau. Het gaat om € 59,43 per vertrekkende passagier in plaats van de eerder vastgestelde € 74,81 voor 2027. De verlaging staat in het Belastingplan 2027 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

De voorgestelde heffing blijft hoger dan de € 30,25 die in 2026 geldt. Het is dus een verlaging ten opzichte van het geplande langeafstandstarief, geen verlaging ten opzichte van wat reizigers dit jaar betalen.

Volgens eerder onderzoek dat het kabinet aanhaalt, leidt de gedifferentieerde vliegbelasting naar verwachting tot 1,5 procent minder vluchten van en naar de Verenigde Staten dan in een situatie zonder die belastingaanpassing. Dat is een raming, geen gemeten daling. Het kabinet verwacht dat de nu voorgestelde tariefverlaging dat effect vermindert. Voor dichterbij gelegen bestemmingen verwacht het juist meer vluchten.

Passagiers die op een Nederlandse luchthaven overstappen, blijven vrijgesteld van de vliegbelasting. Daarmee wil het kabinet de internationale verbindingen beschermen. Voor reizigers die in Nederland vertrekken, bepaalt de eindbestemming de heffing; een overstap onderweg verandert dat niet.

Karremans wijst daarnaast op het belang van omwonenden, klimaat en natuur voor een goed functionerende luchthaven. De gevolgen van de belastingaanpassing worden gevolgd, onder meer via het aantal vluchten en passagiers, de kwaliteit van het verbindingennetwerk, reizigers die uitwijken en de CO2-uitstoot. De vliegbelasting als geheel wordt in 2028 geëvalueerd.