Dat schrijft minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink in op 5 oktober gepubliceerde antwoorden aan Marina Vondeling en Geert Wilders, beiden Kamerlid voor de PVV. Zij hadden gevraagd waarom informatie over ernstige incidenten niet volgens de gebruikelijke frequentie openbaar werd gemaakt.

Volgens Van den Brink is er geen besluit genomen om die informatie niet langer te publiceren. Hij wijt de achterstand aan beperkte personele capaciteit en aanvullende handmatige controles. Die waren nodig om informatie over al geregistreerde meldingen volledig uit het systeem te verwerken. De werkwijze is volgens hem inmiddels verbeterd, zodat dit probleem bij nieuwe meldingen niet meer speelt.

Publicatie vóór eind oktober is een streven. Uit de antwoorden blijkt niet dat de achterstand al is weggewerkt of hoeveel meldingen nog op verwerking wachten.

Ook incidenten tegen asielzoekers

De overzichten bestaan uit samenvattingen van zogenoemde piketmeldingen: meldingen van ernstige incidenten binnen de migratieketen. Daaronder vallen onder meer zelfdestructieve acties en agressie door asielzoekers, maar ook agressie tegen asielzoekers, grote branden en acties tegen opvanglocaties. Ze vormen daardoor geen overzicht dat uitsluitend gaat over asielzoekers als veroorzakers van incidenten.

Ook geven de meldingen geen volledig beeld van alle ernstige incidenten, benadrukt de minister.

Vondeling en Wilders vroegen om alle informatie binnen 24 uur openbaar te maken. Die termijn wijst Van den Brink af. Voor publicatie moeten persoonsgegevens worden verwijderd om de privacy van alle betrokkenen te beschermen. Daarnaast moet het ministerie afstemmen met de organisatie die het incident heeft gemeld. Die zorgvuldigheid is volgens hem binnen 24 uur niet te waarborgen.